Einde inhoudsopgave
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/8.2.3.3
8.2.3.3 Ontstaansgronden trust
Mr. dr. A.E. de Leeuw, datum 29-02-2020
- Datum
29-02-2020
- Auteur
Mr. dr. A.E. de Leeuw
- JCDI
JCDI:ADS233008:1
- Vakgebied(en)
Vermogensbelasting (V)
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Underhill and Hayton 2016, pagina 85 – 86 alsmede Zwalve 2000, pagina 306.
Een resulting trust kan, kort gezegd, ontstaan in geval van de overdracht van een goed om niet, terwijl er geen aanwijzing is dat de overdrager de intentie had om een schenking te doen of een lening te verstrekken, of om afstand te doen van het goed. In een dergelijk geval ontstaat een trust met de overdrager als beneficiary (Hayton and Underhill, pagina 87).
Een constructive trust kan zich voordoen in bepaalde specifieke situaties, waarin het onredelijk geacht wordt (op grond van de principes van equity) dat de legal owner een goed ten eigen bate houdt, met uitsluiting van degene die daar aanspraak op maakt. De legal owner moet het goed dan niet voor zichzelf houden, maar voor degene die hiervan equitable ownership heeft. Een voorbeeld is de derde die trustvermogen verkrijgt, maar geen koper te goeder trouw is en dus gehouden is om het goed terug te geven. Tot het moment dat dit gebeurt, is sprake van een constructive trust met de derde-verkrijger als trustee (Underhill and Hayton 2016, pagina 89 – 90). Zie voor nadere voorbeelden Zwalve 2000, pagina 319 e.v.
Resulting trusts en constructive trusts worden beide ook wel aangeduid als implied trusts. Kennelijk is het evenwel een enigszins onduidelijke c.q. misleidende term, zie Underhill and Hayton 2016, pagina 92.
Zie Underhill and Hayton 2016, pagina 76.
Trusts zijn op basis van verschillende criteria in categorieën onder te verdelen, zoals het doel van de trust, maar ook de grond van diens ontstaan. In deze paragraaf ga ik allereerst kort in op de verschillende ontstaansgronden.
Een trust kan op verschillende wijzen in het leven geroepen worden:1
door een intentie om een trust te creëren, door middel van een uitdrukkelijke of expliciete verklaring van de settlor (express trust);
op grond van de wet (statutory trust);
van rechtswege, omdat het (rechters)recht het bestaan van een trust aanneemt zonder een daartoe strekkende rechtshandeling, met als gevolg dat de juridische titel aan de een toekomt, maar het equitable interest bij een ander (een resulting trust2 of een constructive trust3).4
De relevantie van het onderscheid tussen de verschillende wijzen waarop een trust ontstaat, is bijvoorbeeld gelegen in de omstandigheid dat bij het creëren van een express trust bepaalde formaliteiten gelden, waar dat bij een resulting of constructive trust niet het geval is5.
Gezien mijn focus op de trust als beschermingsfiguur, ga ik in het navolgende uit van de situatie waarin de settlor het oogmerk had om een trust te creëren, oftewel van de express trust.