Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/16.10.3
16.10.3 Rechtsvormconcurrentie binnen de EU leidt tot herbezinning op het BV-recht
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS409115:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 27 september 1988, nr. 81/87 (Daily Mail), HvJ EG 9 maart 1999, nr. C-212/97 (Centros), NJ 2000, 48, HvJ EG 5 november 2002, nr. C-208/00 (Überseering), NJ 2003, 58, HvJ EG 30 september 2003, nr. C-167/01 (Inspire Art), NJ 2004, 394, HvJ EG 16 december 2008, nr. C-210/ 06 (Cartesio), NJ 2009, 20 en HvJ EU 12 juli 2012, nr. C-378/10 (Vale). Zie over deze ontwikkeling bijvoorbeeld Van Daelen & Huybens 2010.
Een dergelijk minimumkapitaal werd tot 2005 opgelegd aan buitenlandse vennootschappen in de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen. In haar uitspraak inzake Inspire Art\ oordeelde het EHvJ dat dit in strijd was met de vrijheid van vestiging. HvJ EG 30 september 2003, nr. C-167/01 (Inspire Art), NJ 2004, 394.
Zie over de toename van buiten het Verenigd Koninkrijk opererende Limiteds ten gevolge van de rechtspraak van het EHvJ: Brecht, Mayer & Wagner 2007, p. 36.
Companies Act 2006 (CA2006) en Gesetz zur Modernisierung des GmbH-Rechts und zur Bekämpfung von Missbräuchen (MoMIG) van 26 juni 2008. Zie daarover par. 10.3.1.
Terwijl op supranationaal niveau de kapitaalbescherming tegen het licht werd gehouden, wakkerde de Europese rechter een competitie aan tussen de verschillende Europese nationale besloten vennootschapsvormen. In een reeks uitspraken van het Europese Hof van Justitie kreeg de vrijheid van vestiging meer inhoud.1 Daaruit bleek dat lidstaten een naar het recht van een andere lidstaat opgerichte rechtspersoon moeten erkennen en deze rechtspersoon geen rechten mogen ontzeggen of aan extra verplichtingen mogen onderwerpen. Zo bleek in 2005 dat Nederland geen minimumkapitaal mag opleggen aan een Nederlands filiaal van een buitenlandse rechtspersoon.2
De rechtspraak inzake vestigingsvrijheid heeft een concurrentie tussen de verschillende Europese equivalenten van de BV teweeggebracht. Met name de Engelse Limited bleek voor Duitse en Nederlandse ondernemers een aantrekkelijk alternatief voor de GmbH respectievelijk BV, onder meer omdat er geen minimumkapitaal vereist is bij oprichting.3 Deze concurrentiestrijd is de aanleiding geweest voor een Europabrede herbezinning op de verschillende nationale besloten rechtsvormen. Bij deze herbezinning stonden de regels inzake het kapitaal en vermogensonttrekkingen door aandeelhouders centraal. In Engeland is het vennootschapsrecht herzien door de Companies Act van 2006 en Duitsland wijzigde in 2008 ingrijpend haar BV-recht door invoering van het MoMiG.4