Financiële controle in het gemeenterecht
Einde inhoudsopgave
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/7.5.1:7.5.1 Onderzoek naar doelmatigheid en doeltreffendheid
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/7.5.1
7.5.1 Onderzoek naar doelmatigheid en doeltreffendheid
Documentgegevens:
dr. W. van der Woude, datum 21-09-2011
- Datum
21-09-2011
- Auteur
dr. W. van der Woude
- Vakgebied(en)
Overheidsfinanciën (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
TK 27751 nr. 3, p. 70.
TK 27751 nr. 3, p. 45.
Algemene Rekenkamer (2005).
Een ander voorbeeld kan worden aangetroffen bij De Roode (2006).
Algemene Rekenkamer (2005), p. 5-6.
Een onderzoeksvorm waarbij alleen wordt gemeten in hoeverre de gestelde doelen zijn gerealiseerd zonder te kijken naar het causale verband, bestaat ook. De Algemene Rekenkamer duidt dit echter aan als onderzoek naar doelrealisatie. Zie Algemene Rekenkamer (2005), p. 5.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Volgens de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel dualisering gemeentebestuur is het onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur de primaire taak van de rekenkamer(commissie).1 Dat gezegd hebbend, valt het op dat de Memorie van Toelichting nauwelijks uitvoerig uit de doeken doet wat dit onderzoek precies inhoudt. De regering houdt het bij:
"De besteding van publieke middelen door de overheid dient aan eisen van doelmatigheid en doeltreffendheid te voldoen. Doelmatigheid wil in dit verband zeggen dat de nagestreefde beleidsdoelen tegen zo gering mogelijke kosten worden bereikt. Doeltreffendheid houdt in dat het resultaat van het beleid beantwoordt aan wat er met het beleid werd beoogd en dat de gestelde beleidsdoelen worden verwezenlijkt."2
Doelmatigheidsonderzoek komt daarmee neer op onderzoek naar de efficiëntie van het gevoerde bestuur, terwijl doeltreffendheidsonderzoek ziet op de effectiviteit.
Om iets scherper zicht te krijgen op het soort onderzoeksvragen dat in dit verband moet worden beantwoord, kan het nuttig zijn te kijken naar de werkwijze van de Algmene Rekenkamer, die op grond van art. 85 Comptabliteitswet onderzoek verricht naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het landelijke beleid. Ter uitvoering van dit onderzoek werkt de Algemene Rekenkamer aan de hand van haar eigen 'Handleiding onderzoek naar doelmatigheid en doeltreffendheid'.3 Deze handleiding heeft geen enkele geldingskracht voor gemeenten, maar bevat duidelijke handvatten voor doelmatigheids- en doeltreffendheidsonderzoek.
De Handleiding van de Algemene Rekenkamer gaat uit van een keten die loopt van fmanciële middelen, die worden ingezet voor activiteiten, die leiden tot prestaties, die maatschappelijke effecten tot gevolg hebben. Deze keten kan het beste worden geillustreerd aan de hand van een voorbeeld.
Voorbeeld:
Een gemeente wil verstoringen van de openbare orde (relletjes, vandalisme) rondom voetbalwedstrijden van de plaatselijke voetbalclub verminderen. Door de inzet van fmanciële middelen roept het gemeentebestuur het Bureau Anti-vandalisme in het leven (de activiteit). De werkzaamheden van dit Bureau bestaan uit het in kaart brengen van notoire relschoppers en het benaderen van deze personen voor deelname in een gemeentelijk anti-vandalismeprogramma. De prestatie kan worden gemeten door te kijken naar het aantal relschoppers dat wordt bereikt en dat deelneemt aan het programma. Het beoogde maatschappelijke effect is de vermindering van het aantal rellen en een terugdringing van het vandalisme.4
Volgens de Handleiding van de Algemene Rekenkamer ziet het doelmatigheidsonderzoek op twee vragen. De eerste vraag is of de beleidsdoelstellingen niet met de inzet van minder middelen zouden kunnen worden bereikt. De tweede vraag is of met de inzet van dezelfde fmanciële middelen niet meer beleidsdoelstellingen zouden kunnen worden bereikt. Deze vragen kunnen worden gesteld ten aanzien van twee relaties binnen de eerstgenoemde keten. De eerste relatie is die tussen de inzet van middelen en de bereikte prestaties (had het Bureau Antivandalisme niet goedkoper gekund of had met hetzelfde geld niet een beter geequipeerd Bureau Anti-vandalisme kunnen worden opgericht?). De Algemene Rekenkamer noemt dit onderzoek naar efficiency. De tweede relatie is die tussen de ingezette middelen en de bereikte effecten (had het verminderen van het aantal rellen en het terugdringen van vandalisme niet goedkoper gekund of had met de inzet van dezelfde fmanciële middelen niet een grotere vermindering van rellen en vandalisme teweeggebracht kunnen worden?). De Algemene rekenkamer noemt dit `kosteneffectiviteie .5
Doeltreffendheidsonderzoek is de vraag in hoeverre de beleidsdoelstellingen bereikt zijn. Ook dit kan zien op twee relaties binnen de keten. De eerste relatie is die tussen de activiteiten en de prestaties (gemeten wordt dan hoeveel relschoppers deelnemen aan het anti-vandalismeprogramma). De tweede relatie is die tussen de activiteiten en de prestaties enerzijds en de maatschappelijke effecten anderzijds (is er daadwerkelijk sprake van afname van rellen en vandalisme?). Van belang bij met name deze laatste vorm van doeltreffendheidsonderzoek is dat het niet genoeg is om alleen te meten in hoeverre het maatschappelijke effect is bereikt, maar ook om antwoord te geven op de vraag of er een causaal verband bestaat tussen deze effecten en de activiteiten en prestaties van de gemeente. Als — in het gehanteerde voorbeeld — het vandalisme is verminderd, omdat de lokale voetbalclub failliet is gegaan, kan dat immers niet worden toegeschreven aan het succes van het gemeentelijke beleid. Het is bil dit onderzoek dus van belang overige (maatschappelijke) factoren uit te filteren.6