Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/6.10.3.2:6.10.3.2 Is het mogelijk om het bereik van art. 10d uit te breiden tot externe rente?
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/6.10.3.2
6.10.3.2 Is het mogelijk om het bereik van art. 10d uit te breiden tot externe rente?
Documentgegevens:
mr. J. Vleggeert, datum 01-11-2008
- Datum
01-11-2008
- Auteur
mr. J. Vleggeert
- JCDI
JCDI:ADS298396:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht (V)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Belastingverdragen
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Europees belastingrecht (V)
Europees belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Indien een regeling tegen onderkapitalisatie geen onderscheid maakt tussen rente die is verschuldigd aan gelieerde vennootschappen en rente die is verschuldigd aan onafhankelijke partijen, is zij in overeenstemming met art. 9 OESO-modelverdrag. De rente die is verschuldigd aan een gelieerde crediteur is dan immers onder dezelfde voorwaarden aftrekbaar als de rente die is verschuldigd aan een ongelieerde crediteur. Hieruit volgt dat de Nederlandse regeling tegen onderkapitalisatie in overeenstemming is te brengen met art. 9 OESO-modelverdrag door het derde lid van art. 10d te schrappen. In het derde lid wordt het niet-aftrekbare bedrag namelijk beperkt tot het bedrag aan rente dat in het jaar per saldo is verschuldigd aan verbonden lichamen. Indien deze begrenzing vervalt, is art. 10d van toepassing ongeacht of de rente is verschuldigd aan gelieerde dan wel onafhankelijke lichamen.
Het derde lid van art. 10d hangt samen met het uitgangspunt dat de regeling tegen onderkapitalisatie vooral is gericht tegen grondslagverschuiving binnen concernverband. Dat zou volgens de staatssecretaris bij verbonden rente eerder aan de orde zijn dan bij rente verschuldigd aan onafhankelijke derden. In paragraaf 5.6.3.5 is hier tegenin gebracht dat een onevenwichtige verdeling van financieringslasten binnen concernverband zich ook kan voordoen ten aanzien van de rente die is verschuldigd aan onafhankelijke derden. Een multinationaal concern kan zijn Nederlandse concernvennootschappen immers zo veel mogelijk laten financieren door derden, terwijl de andere concernvennootschappen in mindere mate met extern vreemd vermogen worden gefinancierd. Het komt mij daarom voor dat het schrappen van het derde lid recht doet aan het principe dat de regeling tegen onderkapitalisatie een onevenwichtige verdeling van de financieringslasten binnen het concern wil voorkomen.