Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/9.4.3
9.4.3 Bewijsbeslag
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS578681:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Ekelmans 2007, p. 57; Zie voor de verschillende regelingen ook Verkerk 2006, p. 113.
Uitgezonderd de op 1 mei 2007 in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerde Richtlijn handhaving intellectuele-eigendomsrechten (Richtlijn 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten, PbEU 2004, L 157/45, PbEU 2004, L 195/16). Zie de nieuwe Titel 15 in Boek 3 (art. 1019-1019i Rv). Freundenthal 2008, p. 200-210.
Ekelmans 2007, p. 56. In art. 1019c Rv is slechts voor intellectuele eigendomszaken de mogelijkheid tot het leggen van bewijsbeslag voorgesteld.
Zie de rechtspraak genoemd in Ekelmans 2007, p. 57.
Zie voor de meest recente beslagsyllabus (bij het beëindigen van dit onderzoek de 7e versie januari 2008; de 7e verbeterde versie verschijnt februari 2009): www.rechtspraak.nl/Naar+ de+rechter/Landelijke+regelingen/Sector+civiel+recht/default.htm.
Sijmonsma 2007, p. 63.
Ekelmans 2007, p. 60.
Vgl. Ekelmans 2007, p. 60-61.
De laedens van een mededingingsovertreding die beschikt over bescheiden die tegen hem kunnen worden gebruikt in een civiele procedure, zal proberen om het bewijsmateriaal onopgemerkt te laten verdwijnen. Bij de bestrijding van deze gang van zaken is het van belang de vraag te beantwoorden of beslag kan worden gelegd op bescheiden ter conservering van een bewijspositie. België, Engeland en Frankrijk kennen bijvoorbeeld vormen van bewijsbeslag.1 In de Nederlandse wet valt geen duidelijk antwoord te vinden op deze vraag.2 Het is de vraag of een grondslag kan worden gevonden in de exhibitieplicht. Bij een strikte lezing van artikel 843a Rv valt te concluderen dat slechts aanspraak bestaat op inzage, afschrift of uittreksel. Nu conservatoir beslag normaalgesproken bedoeld is om goederen waarbij vrees voor verduistering bestaat veilig te stellen in verband met verhaal van een geldvordering, is beslag tot afgifte strikt gezien niet geschikt.3 Beslaglegging tot afgifte geschiedt ter verkrijging van het originele stuk, terwijl op grond van artikel 843a Rv slechts aanspraak bestaat op inzage, afschrift of uittreksel. Er zijn dan ook auteurs die de mogelijkheid tot beslaglegging ter veiligstelling van bewijs slechts mogelijk achten na een wijziging van de wet. In de rechtspraak echter wordt de mogelijkheid tot het leggen van bewijsbeslag veelal toegelaten, daarbij gelden dan wel de beperkingen zoals die ook in artikel 843a zijn terug te vinden.4 Het moet bij het leggen van bewijsbeslag dan ook om bepaalde bescheiden gaan.
Dat bij de rechtbanken wordt uitgegaan van de mogelijkheid tot het leggen van bewijsbeslag, wordt duidelijk uit de zogenaamde beslagsyllabus. De beslagsyllabus is bedoeld om door de rechtbanken te worden gebruikt als handleiding bij de beoordeling van beslagrekesten. Daarnaast bevat de beslag-syllabus informatie voor de advocatuur omtrent de eisen die de rechtbanken met betrekking tot beslagrekesten stellen.5 De beslagsyllabus is samengesteld onder verantwoordelijkheid van het LOVC (het landelijk overleg van de sectoren civiel van de rechtbanken). De beslagsyllabus vermeldt:
'Bij rekesten voor beslag tot afgifte van roerende zaken (...) waarin het gestelde recht op afgifte is gebaseerd op artikel 2.22 van het Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (Bvie), artikel 28 van de Auteurswet, artikel 5c van de Databankenwet, artikel 70 lid 6 van de Rijksoctrooiwet 1995 of artikel 843a Rv. (eventueel juncto artikel 1019a Rv.) en bij beslagrekesten ex artikel 1019b lid 1 juncto artikel 1019c lid 1 Rv. (beide laatste betreffen zogenaamd ”bewijsbeslag") wordt regelmatig verzocht om door de deurwaarder, een deskundige of door de gerechtelijk bewaarder (als om aanstelling van die laatste is gevraagd) onderzoek te mogen laten doen aan de in beslag te nemen zaken. Dergelijke verzoeken moeten niet worden gehonoreerd, aangezien de gerekwestreerde (doorgaans) niet op het beslag-rekest wordt gehoord, terwijl de in beslag te nemen zaken (de boekhouding, computers e.d.) vertrouwelijke gegevens van de gerekwestreerde kunnen bevatten. Het doel van een conservatoir beslag is uitsluitend om de bestaande situatie te conserveren en niet om de beslaglegger de mogelijkheid te bieden om met het beslag bewijs te vergaren. Indien de beslaglegger aan de te zaken waarop hij beslag wil leggen onderzoek wenst te (doen) verrichten, dient hij een daartoe strekkende vordering (in kort geding) in te stellen, zodat gerekestreerde in de gelegenheid wordt gesteld hiertegen verweer te voeren. Aan het verlof kan worden toegevoegd: " . . . en bepaalt dat de gerechtelijk bewaarder daarvan geen inzage geeft of anderszins informatie omtrent de inhoud ter kennis brengt van verzoeker of derden, totdat door de voorzieningenrechter in kort geding, of door de bodemrechter, anders is bepaald." (vergelijk Hof 's-Hertogenbosch 30 mei 2007, LJN: BA9007; PRG 2007, 104)'
Volgens de beslagsyllabus kan ook in het verlof worden bepaald dat afschriften van de bescheiden ((digitale) kopieën van bedoelde bescheiden, gegevensdragers, administratie en documenten) aan een gerechtelijk bewaarder worden verstrekt en dat de oorspronkelijke bescheiden, gegevensdragers, administratie en documenten terstond na het maken van kopieën aan gerekwestreerde dienen te worden teruggegeven. De rechter dient dan te bepalen (voor zover nodig) dat de eis in de hoofdzaak (in ieder geval inhoudende een vordering ex artikel 843a Rv — eventueel juncto artikel1019a Rv) binnen 14 dagen na het eerstgelegde beslag dient te worden ingesteld. In de beslagsyllabus wordt gewezen op het feit dat bij de laatste benadering de beslagene meteen weer de beschikking heeft over de onder hem in beslag genomen zaken, terwijl de beslaglegger niet de mogelijkheid krijgt om (zonder dat de beslagdebiteur is gehoord) met het beslag bewijs te vergaren. Wel bestaat het risico dat na de teruggave de oorspronkelijke bescheiden door de beslagene aan het beslag worden onttrokken.
Uit de regeling in de beslagsyllabus valt af te leiden dat het conservatoir bewijsbeslag uitsluitend strekt tot het conserveren van de bestaande situatie en niet om de beslaglegger de mogelijkheid te bieden om met het beslag bewijs te vergaren. Mogelijke bedrijfsgeheimen vormen geen obstakel voor het leggen van conservatoir bewijsbeslag in mededingingszaken.6 De gelaedeerde van een mededingingsinbreuk die bewijsbeslag laat leggen zal niet bij de inbeslagname of het maken van afschriften aanwezig mogen zijn. Veelal wordt een neutrale derde ingeschakeld om de stukken inclusief mogelijke bedrijfsgeheimen te bekijken. Deze derde kan bijvoorbeeld een notaris, advocaat of accountant zijn. Op deze manier wordt voorkomen dat door de gerekwestreerde (de houder van de bescheiden) schade wordt geleden. Ekelmans wijst daarbij op het feit dat de beslaglegger wel enigszins wijzer zou kunnen worden uit de omschrijving van de in beslag genomen bescheiden in het beslagexploit.7
De beslaglegger kan de voorzieningenrechter verzoeken om op grond van artikel 709 Rv te bevelen dat de bescheiden ter gerechtelijke bewaring worden afgegeven aan een door de voorzieningenrechter aan te wijzen bewaarder. Zeker ingeval de gelaedeerde van een mededingingsinbreuk vreest dat de beslagen bescheiden zonder gerechtelijke bewaring zullen verdwijnen, is de keuze voor een gerechtelijke bewaring een optie. Om te voorkomen dat de houder van de bescheiden niet meer over zijn bescheiden kan beschikken, is in de beslagsyllabus de mogelijkheid gecreëerd om de bescheiden te kopiëren en slechts de kopieën in bewaring te geven.8 De gelaedeerde van een mededingingsinbreuk die bewijsbeslag heeft laten leggen, zal vervolgens via een bodemprocedure of kort geding de vordering tot afgifte via een dagvaardigingsprocedure aanhangig moeten maken binnen een door de voorzieningenrechter te bepalen termijn.