De rol van Nederlandse werknemers(vertegenwoordigers) bij een grensoverschrijdende juridische fusie
Einde inhoudsopgave
De rol van Nederlandse werknemers(vertegenwoordigers) bij een grensoverschrijdende juridische fusie (VDHI 119) 2013/8.1:8.1 Probleemstelling
De rol van Nederlandse werknemers(vertegenwoordigers) bij een grensoverschrijdende juridische fusie (VDHI 119) 2013/8.1
8.1 Probleemstelling
Documentgegevens:
mr. F.G. Laagland, datum 15-07-2013
- Datum
15-07-2013
- Auteur
mr. F.G. Laagland
- JCDI
JCDI:ADS384923:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De toenemende grensoverschrijdende mobiliteit van kapitaalvennootschappen heeft gevolgen voor de rol die werknemers vervullen binnen de vennootschap waarbij zij werkzaam zijn. Dit besef leeft ook in Europa. Vanaf het eerste moment dat werd nagedacht over een Europese regeling die kapitaalvennootschappen de mogelijkheid zou bieden grensoverschrijdend te fuseren, stond de rol die aan werknemers moest worden toegekend hoog op de agenda. Dat de werknemers een rol zouden krijgen, was duidelijk. De discussie richtte zich op de vraag hoe de regeling inhoudelijk vorm moest hebben.
Voor de betrokkenheid (de ondernemingsrechtelijke medezeggenschap) was de oplossing snel gevonden. Men kon aansluiten bij de eerder tot stand gebrachte richtlijnen op dit terrein. Met betrekking tot de vennootschappelijke medezeggenschap bleek het lastiger tot een compromis te komen. Deze vorm van medezeggenschap is in Europa een controversieel onderwerp vanwege de verschillende visies van de lidstaten. De Europese wetgever kon evenwel niet om het onderwerp heen. Dat heeft met de aard van het medezeggenschapsrecht van doen. De vennootschappelijke medezeggenschap knoopt aan bij de juridische structuur van de vennootschap. Dit biedt vennootschappen de mogelijkheid nationale medezeggenschapsregels te ontwijken via de techniek van grensoverschrijdend fuseren. Kenmerkend aan een grensoverschrijdende fusie is immers dat één of meer nationale vennootschappen ophouden te bestaan en hun juridische structuur verliezen. De lidstaten hebben de oplossing uiteindelijk gevonden in art. 16 Tiende Richtlijn.
De Europese regels maken niet direct duidelijk hoe de rol van Nederlandse werknemers vorm en inhoud krijgt op het moment dat de vennootschap in wier onderneming zij werkzaam zijn, besluit grensoverschrijdend te fuseren. Dit geldt in het bijzonder voor de vennootschappelijke medezeggenschap. De lidstaten konden het niet eens worden over een materieel (standaard)niveau van vennootschappelijke medezeggenschap. Het compromis is gevonden in een coördinatiebepaling. Art. 16 Tiende Richtlijn coördineert de verschillende vennootschappelijke medezeggenschapsregels die er op nationaal niveau bestaan. De toepassing van art. 16 Tiende Richtlijn vereist kennis van verschillende nationale medezeggenschapsstelsels. Relevant is het recht van de lidstaten waar de aan de fusie deelnemende vennootschappen zijn gevestigd alsmede het recht van de lidstaat waar de uit de fusie ontstane vennootschap zich gaat vestigen. De toepassing van art. 16 Tiende Richtlijn verschilt daarom per fusie. Het vraagstuk van de betrokkenheid lijkt duidelijker. Op dat terrein heeft wel harmonisatie van materiële regelgeving plaatsgevonden. Dat is evenwel gebeurd via minimumrichtlijnen. Deze aanpak staat toe dat de lokale wetgever een voor de werknemers gunstigere regeling opstelt. Voor de betrokkenheid laten de Europese regels de bevoegdheden van de Nederlandse werknemers dus voor een groot deel aan de lokale wetgever. De Europese regelgeving is bovendien niet specifiek toegesneden op een voorgenomen besluit tot grensoverschrijdend fuseren.
Het spanningsveld tussen de Europese regels enerzijds en de uitwerking van deze regels voor de Nederlandse werknemers anderzijds bracht mij in hoofdstuk 1 tot de volgende probleemstelling: Welke knelpunten kent de regeling inzake de rol van Nederlandse werknemers(vertegenwoordigers) bij een grensoverschrijdende juridische fusie van kapitaalvennootschappen en in hoeverre zijn deze knelpunten oplosbaar gezien de uitgangspunten die op dit terrein aan de Tiende Richtlijn ten grondslag liggen?