Sturen met proceskosten
Einde inhoudsopgave
Sturen met proceskosten (BPP nr. XII) 2011/6.1:6.1 Inleiding
Sturen met proceskosten (BPP nr. XII) 2011/6.1
6.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. P. Sluijter, datum 31-10-2011
- Datum
31-10-2011
- Auteur
mr. P. Sluijter
- JCDI
JCDI:ADS593210:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie Hodges, Vogenauer & Tulibacka 2009 en Reimann 2010.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de vorige hoofdstukken is een beeld ontstaan van een kostenveroordeling die de rechter weliswaar veel vrijheid geeft om rekening te houden met partijgedrag, maar waarbij in de praktijk rechters redenen zien om erg terughoudend te zijn met kostenconsequenties. Is dat de praktijk die het beste scoort op voortvarendheid, kostenefficiëntie en de kwaliteit van uitkomsten en procedure, of zijn er betere alternatieven? Uit hoofdstuk 5 volgt niet één oplossingsrichting. Daarom wordt in dit hoofdstuk gezocht naar diverse mogelijke nieuwe prikkels, die later in hoofdstuk 8 kunnen worden geëvalueerd en worden afgezet tegen de status quo: het huidige Nederlandse procesrecht. De derde deelvraag luidt daarom: Welke nieuwe prikkels
binnen het systeem van de kostenveroordeling kunnen vertragend en kostenverhogend procesgedrag mogelijk ontmoedigen?
Inspiratie voor mogelijke alternatieven wordt gehaald uit buitenlandse kosten-veroordelingstelsels, die een grote mate van diversiteit bieden.1 Daarnaar wordt met een open blik gekeken. Een voorselectie van mogelijke nieuwe prikkels wordt in dit hoofdstuk gemaakt, met behulp van twee Engelse rapporten waarin gebruik is gemaakt van rechtsvergelijkend onderzoek en een verzameling landenrapporten ten behoeve van een Amerikaans congres. In hoofdstuk 8 worden de gevonden opties geëvalueerd.
De wijze waarop de voorselectie is gemaakt wordt verantwoord in paragraaf 6.2. Met behulp van de drie bestaande rechtsvergelijkende studies wordt deze selectie nader uitgewerkt in paragraaf 6.3, die wordt afgesloten met het lijstje van mogelijke alternatieve prikkels. In de daaropvolgende paragrafen 6.4 tot en met 6.8 worden de alternatieven onder de loep genomen en uiteindelijk zodanig geformuleerd dat ze kunnen worden getoetst op hun effecten bij eventuele inpassing in het Nederlandse stelsel. Aan elke prikkel wordt een paragraaf gewijd; de analyse is dus niet per land ingedeeld. De reden hiervoor is dat het doel van het bestuderen van buitenlandse rechtsstelsels het zoeken naar alternatieve prikkels is en niet zozeer het vergelijken van stelsels van proceskosten en procedurele sancties. In paragraaf 6.9 wordt de analyse van buitenlandse stelsels afgesloten met enkele algemene conclusies.