Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer
Einde inhoudsopgave
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/14.4.2.3.4:14.4.2.3.4 Conclusie
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/14.4.2.3.4
14.4.2.3.4 Conclusie
Documentgegevens:
Mr. dr. A.E. de Leeuw, datum 29-02-2020
- Datum
29-02-2020
- Auteur
Mr. dr. A.E. de Leeuw
- JCDI
JCDI:ADS232803:1
- Vakgebied(en)
Vermogensbelasting (V)
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Uitkeringen aan anderen dan erfgenamen leiden er niet toe dat de “aandelen” ongelijk van grootte worden, zodat dit geen probleem zou moeten zijn. Om dezelfde reden lijkt opheffing zonder schenkbelasting mij ook mogelijk indien wel uitkeringen aan de erfgenamen zijn gedaan, maar de omvang hiervan overeenstemt met de pro rata “aandelen” van de erfgenamen. Wel kunnen deze uitkeringen, zoals hiervoor beschreven, inkomstenbelastinggevolgen hebben gehad.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hoe sympathiek het wellicht ook is om voor bepaalde situaties, waarin betrokkenen vermoedelijk ook niet de beleving hebben iets van een ander te ontvangen, mogelijk te willen maken om de uitkering te krijgen zonder heffing van schenkbelasting, de wetgever heeft met zijn voorbeeld mijns inziens met name verwarring geschapen. De suggestie is gewekt dat bepaalde uitkeringen zonder heffing van schenkbelasting plaats zouden kunnen vinden, terwijl dit strijdig is met de tekst van artikel 17 lid 1 SW.
Mijns inziens zou de wetgever dan ook, indien hij inderdaad van mening is dat het in bepaalde situaties mogelijk moet zijn dat iedere betrokkene zijn eigen “aandeel” uit het APV zonder de heffing van schenkbelasting ontvangt, hiervoor een heldere wettelijke regeling1 moeten treffen. Ik denk hierbij aan de volgende situaties:
De inbrenger is overleden en het APV wordt opgeheven zonder dat tussentijds uitkeringen aan één of meer erfgenamen hebben plaatsgevonden, of slechts uitkeringen van relatief dezelfde omvang.2 De erfgenamen krijgen ieder hun pro rata “aandeel” in de waarde van het APV-vermogen.
Er zijn weliswaar meerdere inbrengers, maar het APV heeft nog geen uitkeringen aan hen gedaan, of uitkeringen van relatief dezelfde omvang. De inbrengers ontvangen ieder hun pro rata “aandeel” in het APV-vermogen.
Dit neemt echter niet weg dat het concept van uitkeringen uit eigen “aandelen” op gespannen voet staat met het voor inkomstenbelastingdoeleinden gehanteerde uitgangspunt van gemeenschappelijke “eigendom”. Een alternatief voor het voorgaande is een systeem dat meer aansluit bij de situatie waarin geen inbreng heeft plaatsgevonden en dus ook meer mogelijkheden biedt om uitkeringen aan een bepaald “aandeel” toe te rekenen, bijvoorbeeld ook door dit “aandeel” gedeeltelijk uitgekeerd te krijgen. In paragraaf 15.5 schets ik de contouren van een dergelijk systeem.