Einde inhoudsopgave
Sfeerovergangen in de winstsfeer (FM nr. 172) 2022/2.3.3
2.3.3 Het draagkrachtbeginsel in verhouding tot de totaalwinst
Mr. dr. B.F.M. Coebergh, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
Mr. dr. B.F.M. Coebergh
- JCDI
JCDI:ADS630473:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Inkomstenbelasting / Winst
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Wijtvliet.
Het draagkrachtbeginsel kan volgens Van der Heijden op twee verschillende niveaus worden toegepast. Als het eerste niveau beschouwt hij het vaststellen van het belastbare inkomen. Hier krijgt het draagkrachtbeginsel concreet gestalte door middel van de opbouw van het progressieve tarief. In de tweede plaats kan de draagkracht worden toegepast bij het vaststellen van het inkomstenbestanddeel winst uit onderneming. Hij is echter van mening dat het draagkrachtbeginsel geen rol speelt bij de (jaar)winstbepaling volgens goed koopmansgebruik. Van der Heijden, pagina 66-76.
Zie bijvoorbeeld L.G.M. Stevens en Lejour:’Niet alleen het inkomen, maar ook het vermogen kan worden gezien als een maatstaf van draagkracht’ en ‘De extra draagkracht die aan het vermogensbezit als zodanig kan worden toegeschreven, berust volgens de aan de vermogensbelasting ten grondslag liggende doctrine op twee eigenschappen van vermogen: 1. het vermogen impliceert een bestedingsreserve en 2.het vermogen levert gefundeerd inkomen.’
L.G.M. Stevens en Lejour.
De vraag waarom er een heffing over ondernemingswinsten plaatsvindt is dus niet eenduidig te beantwoorden. Wel is duidelijk dat de belastingheffing over ondernemingswinsten geschiedt vanuit het draagkrachtprincipe. Op basis van dit principe wordt belasting geheven naar de maatstaf van ieders mogelijkheid tot belasting betalen. Het draagkrachtbeginsel heeft een netto karakter, zodat om tot een juiste heffing op basis van draagkracht te komen er een saldering van positieve en negatieve inkomsten moet plaatsvinden.1
Hierbij is het cruciaal om te bepalen welke inkomsten (ofwel welke maatstaf) in de belastingheffing moeten worden betrokken. De inkomsten- en vennootschapsbelasting neemt het inkomen van een subject als uitgangspunt bij het meten van draagkracht. In theorie wordt inkomen algemeen gedefinieerd als de som van consumptie en reële vermogensvermeerdering in enige periode. De vraag hoe een vermeerdering van de draagkracht in verband met ondernemingsactiviteiten moet worden gemeten, zal ik hierna behandelen.23
In de fiscale literatuur wordt in zijn algemeenheid aangenomen dat niet alleen inkomen, maar ook vermogen kan worden gezien als een maatstaf van draagkracht.4 Een relevante vraag daarbij is of voordelen onder de totaalwinst vallen als ze zijn gerealiseerd (vermogenswinst) of reeds als de vermogensmutatie zich heeft voorgedaan (vermogensaanwas). Ik zal hiervoor kijken hoe economisch inkomen wordt ingevuld en vervolgens kijken of hierbij fiscaal wordt en kan worden aangesloten. Na deze analyse zal ik ingaan op de eindafrekeningen en meer specifiek op de vraag of eindafrekeningen noodzakelijk zijn of dat ze uit het totaalwinstbeginsel voortvloeien.
2.3.3.1 S-H-S-inkomensbegrip2.3.3.2 Eindafrekeningen