Einde inhoudsopgave
Sleutels voor personenvennootschapsrecht (IVOR nr. 102) 2017/5.4.4.3
5.4.4.3 Gewenste modernisering
Chr.M. Stokkermans, datum 28-02-2017
- Datum
28-02-2017
- Auteur
Chr.M. Stokkermans
- JCDI
JCDI:ADS590431:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Het Duitse recht kent een vergelijkbare regel, maar biedt minder waarborgen én minder flexibiliteit, doordat bij het uittreden van de een-na-laatste vennoot het vennootschapsvermogen sowieso en van rechtswege op de laatste vennoot in privé overgaat. Zie 5.3.5.
Janssen 1989, nr. 69. Hij liet zich net als ik inspireren door het Franse recht.
Van Veen 2008a, sub 3.1 sprak in dit verband van een ‘vennootschapscontract met slechts één contractspartij’.
Van der Sangen 2003, p. 106.
Zie 5.5.5.2.
Vgl. ook de Duitse regel dat Ausgliederung van vermogen naar een natuurlijke persoon onmogelijk is; zie 4.5.4. Over Ausgliederung in het algemeen, zie 5.3.4.1. In Duitsland kan het vermogen van een kapitaalvennootschap wel door fusie overgaan op een natuurlijke persoon; zie 5.3.3.1.
Londeman 2010, p. 41 noemt de tijdelijke CV met één vennoot vanuit praktisch oogpunt zeer wenselijk.
Zie 3.5.4.
Dat de werkgroep-Van Olffen het idee van de tijdelijke eenpersoonsvennootschap links laat liggen, vind ik jammer. Het is een aantrekkelijke figuur die ik, naar Frans voorbeeld, een nog bredere toepassing zou willen geven dan het Ontwerp-Maeijer deed. Daarnaast ben ik gecharmeerd van het idee dat het vermogen van een ontbonden eenpersoonsvennootschap onder algemene titel kan overgaan op een daartoe aangewezen (gewezen) vennoot. Op dit punt, dat eveneens in het Franse recht is terug te vinden,1 kan het voorstel van de werkgroep- Van Olffen tot uitgangspunt dienen. Deze regelingen kunnen, net als omzetting, fusie en splitsing, beperkt blijven tot de rechtsbevoegde personenvennootschappen (VOF, CV en M-BA). De regeling geldt dan dus niet voor de maatschap, zoals die mij voor ogen staat.
Dit brengt mij tot een oplossing langs de volgende lijnen. Binnen de rechtsbevoegde personenvennootschap kan worden afgesproken dat bij uittreden van alle vennoten op één na, aan de laatste vennoot het recht toekomt de vennootschap alleen voort te zetten. Daarbij kunnen afspraken worden gemaakt over het vervolg, maar dat hoeft niet. De (gewezen) vennoten kunnen het ook aan de voortzettende vennoot overlaten om, na het uittreden van de anderen, te beslissen hoe het verder moet. Gedurende ten minste een jaar kan de vennootschap zonder verdere voorwaarden als eenpersoonsvennootschap blijven voortleven; dit is in 1989 al bepleit door Janssen in zijn dissertatie.2 De voortzettende vennoot kan in die periode alsnog besluiten een nieuwe vennoot toe te laten, of de onderneming als eenmanszaak voort te zetten, of de rechtsvorm van de vennootschap te wijzigen, of de vennootschap weg te fuseren in een andere vennootschap, of haar te ontbinden. In de tussentijd is sprake van een personenvennootschap-met-vacature3 en is de voortzettende vennoot tijdelijk enig vennoot. Het handelsregister zou kunnen aantekenen dat het een vennootschap-met-vacature betreft. Zo kan in naam van de vennootschap gehandeld blijven worden zonder dat de vennootschap als ‘in liquidatie’ (i.l.) wordt aangemerkt.
Het idee van Van der Sangen, om de eenpersoons-VOF in dezelfde mate toe te laten als de eenpersoons-BV,4 gaat mij te ver. In dat idee is niet meer sprake van een vennootschap-met-vacature, maar wordt het uitgangspunt dat de personenvennootschap een contractueel samenwerkingsverband is geheel losgelaten. Een dergelijke inbreuk op het gangbare denken is mogelijk, maar m.i. onnodig. Voor permanente eenpersoonssituaties stel ik de ZBA voor.
De hoofdregel dat het uittreden van de een-na-laatste vennoot algehele ontbinding van de vennootschap meebrengt, kan worden gehandhaafd. Het gaat mij erom dat de vennoten het mogen regelen zoals hiervoor beschreven. Hebben de vennoten over voortzetting niets geregeld en willen zij dat ook niet alsnog doen, dan leidt het uittreden van A uit de VOF A/B ‘gewoon’ tot ontbinding van de vennootschap, zal het vermogen vereffend moeten worden en zijn A en B in beginsel gezamenlijk met die vereffening belast. Dan is er geen tijdelijke eenpersoonsvennootschap, maar een ontbonden vennootschap met twee vennoten. Dat deze eventueel herbonden kan worden, komt later aan de orde.5
Voor het geval de vennootschap tijdelijk door de laatste vennoot alleen wordt voortgezet, met gebruikmaking van een voortzettingsbeding in de VOF- overeenkomst, en die enige vennoot besluit de VOF alsnog te ontbinden, kan naar komend recht een regeling worden getroffen voor overgang van het VOF- vermogen onder algemene titel. Op dit punt sluit ik aan bij de werkgroep-Van Olffen. De uitwerking hiervan verdient nog wel aandacht. Overwogen kan worden een soortgelijke schuldeisersverzetsprocedure als bij juridische fusie voor te schrijven. Verder kan conform het Franse voorbeeld worden overwogen deze mogelijkheid tot vermogensovergang onder algemene titel uit te sluiten voor het geval de laatste vennoot een natuurlijke persoon is.6 In de geest van de overige structuurwijzigingsfaciliteiten kan notariële tussenkomst worden verlangd. De notaris kan de laatste vennoot dan vooraf goed over de rechtsgevolgen informeren; notariële tussenkomst bevordert ook de rechtszekerheid.
Bij de CV speelt nog de vraag of met een beding in de CV-overeenkomst kan worden voorkomen dat het uittreden van de enige gewone vennoot tot ontbinding van de CV leidt, als de vacature niet gelijktijdig met dat uittreden wordt vervuld.7 Volgens mij is dit inderdaad mogelijk of zou het mogelijk moeten zijn. In deze benadering kan in een CV-overeenkomst rechtsgeldig worden bepaald dat de vennootschappelijke band tussen de commanditaire vennoten voortduurt en dat de vacature zo snel mogelijk moet worden vervuld. In de CV- overeenkomst kan ook een regeling worden getroffen voor het beheer, voor zolang de vacature open staat (ontstentenis-regeling). Commanditaire vennoten die tijdelijk met het beheer worden belast, riskeren persoonlijke aansprakelijkheid wegens overtreding van het beheersverbod, maar bij verantwoord handelen kan dit risico beperkt zijn.8 Naar wenselijk recht kan een dergelijke CV de status van vennootschap-met-vacature krijgen.