Verbondenheid in het belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/7.2.4:7.2.4 ‘Common Consolidated Corporate Tax Base’
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/7.2.4
7.2.4 ‘Common Consolidated Corporate Tax Base’
Documentgegevens:
Dr. R.N.F. Zuidgeest, datum 20-11-2008
- Datum
20-11-2008
- Auteur
Dr. R.N.F. Zuidgeest
- JCDI
JCDI:ADS602953:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Deelnemingsvrijstelling
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
P.H.J. Essers, ‘CCCTB dreigt aan vlijt ten onder te gaan’, WFR 2007, p. 741.
R. Russo, ‘CCCTB: een tussenstand mede naar aanleiding van de conferentie van 15 en 16 mei 2007 in Berlijn’, WFR 2007, p. 743.
P. Kavelaars, ‘Naar een Europese vennootschapsbelasting?’, NTFR Beschouwingen 2007/32.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hoewel dit nog geen positief recht betreft, en ook geen Nederlandse fiscale regeling, wil ik toch kort ingaan op het initiatief van de Europese Commissie om te komen tot een ‘Common Consolidated Corporate Tax Base’ (CCCTB). Dit concept is in 2001 geïntroduceerd, en betreft een gemeenschappelijke grondslag als basis voor de geconsolideerde winstberekening van concernvennootschappen binnen de EU.1 CCCTB biedt moedervennootschappen van multinationale ondernemingen de mogelijkheid om voor hun EU-activiteiten één geconsolideerd belastbaar bedrag vast te stellen, en gaat in die zin ook uit van ‘verbondenheid’.
Ten aanzien van CCCTB is een aantal voordelen voor multinationale ondernemingen te verwachten. Er hoeft nog maar één aangifte te worden gedaan, op basis van slechts één winstbelastingsysteem. Praktische problemen met betrekking tot ‘transfer pricing’ en winsallocatie over de verschillende landen, en verliesverdamping, behoren dan tot het verleden.2 Er zal echter ook een aantal vraagstukken ontstaan. Zo zal bijvoorbeeld een verdeelsleutel moeten worden bepaald voor de verdeling van de belastingopbrengst over de EU-lidstaten. Voorts zullen criteria moeten worden vastgesteld ten aanzien van de ‘groep’ van vennootschappen die tot de consolidatie behoren. Kavelaars meent dat alleen in geval van 100%-belangen een geconsolideerde winstgrondslag juist is, en vermoedelijk ook alleen haalbaar.3 Hij acht het wel wenselijk om, net als voor de regeling voor de fiscale eenheid in de Wet VPB 1969 het geval is, een marge toe te passen voor kleine belangen die de moedermaatschappij niet bezit. Kavelaars denkt hierbij bijvoorbeeld aan een 10%-grens.