Conversie en aandelen
Einde inhoudsopgave
Conversie en aandelen (VDHI nr. 149) 2018/14.6:14.6 Verrekening ten aanzien van na oprichting uitgegeven aandelen
Conversie en aandelen (VDHI nr. 149) 2018/14.6
14.6 Verrekening ten aanzien van na oprichting uitgegeven aandelen
Documentgegevens:
mr. P.H.N. Quist, datum 01-02-2018
- Datum
01-02-2018
- Auteur
mr. P.H.N. Quist
- JCDI
JCDI:ADS365771:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De vordering komt aan de derde toe wegens subrogatie (6:150 BW).
Worden echter voor de oprichting aan de rekening als bedoeld in artikel 2:93 lid 1 sub b BW bedragen onttrokken, dan zijn de oprichters hoofdelijk jegens de vennootschap verbonden tot vergoeding van die bedragen, totdat de vennootschap de onttrekkingen uitdrukkelijk heeft bekrachtigd (2:93a lid 4 BW). Voor de BV is de vergelijkbare bepaling vervallen bij inwerkingtreding van de Wet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht.
Zie ook Quist 2016b, 577-580.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Verrekening ten aanzien van een uitgifte van aandelen die na oprichting van de vennootschap geschiedt, lijkt tot weinig problemen te leiden. De vordering die de aandeelhouder op de vennootschap heeft, kan zijn ontstaan na oprichting van de vennootschap of voor oprichting van de vennootschap. Is het laatste het geval, dan dient de vennootschap de rechtshandeling waaruit de vordering is ontstaan te hebben bekrachtigd (2:93/203 lid 1 BW). Een zodanige vordering op de vennootschap zou kunnen zijn ontstaan door een geldlening van de aandeelhouder aan de vennootschap in oprichting of doordat uitgaven worden gedaan ten behoeve van de vennootschap in oprichting. Indien bijvoorbeeld de toekomstig aandeelhouder een kantoorinventaris aankoopt op naam van de vennootschap in oprichting, maar de kosten daarvoor uit eigen middelen voldoet, ontstaat er een vordering op de vennootschap zodra de vennootschap deze aankopen die ten behoeve van haar zijn gedaan bekrachtigt.1 Een bekrachtiging kan uitdrukkelijk of stilzwijgend geschieden.2 Uitdrukkelijke bekrachtiging kan schriftelijk geschieden doordat de vennootschap schriftelijk verklaart de desbetreffende handelingen die voor haar oprichting namens haar zijn geschied te bekrachtigen in de zin van artikel 2:93/203 BW. Stilzwijgende bekrachtiging kan op uiteenlopende wijze geschieden. In zijn algemeenheid kan worden gezegd dat indien de vennootschap de verplichtingen uit de overeenkomsten die voor haar oprichting namens haar zijn aangegaan voldoet, dit kan worden gezien als een vorm van stilzwijgende bekrachtiging. Indien bijvoorbeeld een vennootschap de termijnen uit een servicecontract voor een it-systeem dat voor haar oprichting op haar naam is aangegaan betaalt en zij ook overigens handelt overeenkomstig de voorwaarden die voor haar oprichting namens haar zijn overeengekomen, kan dit gezien worden als een vorm van stilzwijgende bekrachtiging. Teneinde hoofdelijke aansprakelijkheid van bestuurders op grond van 2:69 lid 2 sub a/180 lid 2 BW te voorkomen dient bekrachtiging pas plaats te vinden nadat de opgave ter eerste inschrijving bij het handelsregister is geschied. Het sterkste bewijs dat de opgave ter eerste inschrijving is geschied wordt gevormd door het uittreksel handelsregister waaruit van de inschrijving blijkt.3