Douanewaarde in een globaliserende wereld
Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/9.3:9.3 Internationale grondslagen voor de vaststelling van de douanewaarde bij opeenvolgende verkopen
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/9.3
9.3 Internationale grondslagen voor de vaststelling van de douanewaarde bij opeenvolgende verkopen
Documentgegevens:
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258405:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals toegelicht in hoofdstuk 6, wordt op basis van de CVA de douanewaarde primair vastgesteld op basis van de transactiewaarde. De transactiewaarde is, krachtens artikel 1 CVA, de werkelijk betaalde of te betalen prijs voor goederen die worden verkocht voor uitvoer naar het land van invoer. De reikwijdte van het begrip ‘verkoop’ wordt niet nader toegelicht in de CVA. Zoals in onderdeel 7.4.2, uiteengezet wordt door de Technische commissie douanewaarde van de WDO in Advisory Opinion 1.1 aangegeven dat het begrip ‘verkoop voor uitvoer’ in douanerechtelijke zin “[...] in the widest sense [...]” moet worden uitgelegd.1
Bij opeenvolgende verkopen die elk kwalificeren als ‘verkoop voor uitvoer’ moet worden vastgesteld welk van deze verkopen de basis vormt voor de vaststelling van de douanewaarde. De CVA geeft hierover geen uitsluitsel. De Technische commissie douanewaarde van de WDO geeft daarentegen in Commentary 22.1 aan dat:2
“[…] in a series of sales situation, the price actually paid or payable for the imported goods when sold for export to the country of importation is the price paid in the last sale occurring prior to the introduction of the goods into the country of importation, instead of the first (or earlier) sale.”
Voornoemde interpretatie is aldus de Technische commissie douanewaarde van de WDO in conformiteit met doel en strekking van de CVA en zij noemt verscheidende redenen waarom het last-sale principe de enige juiste interpretatie is van de CVA. Het is echter de vraag of Commentary 22.1 in lijn is met het doel van de CVA. Geniet het last-sale principe voorrang ten opzichte van het first-sale principe op grond van de CVA? Verbiedt de CVA het gebruik van een eerdere of eerste verkoop als basis om de douanewaarde vast te stellen? Voor de beantwoording van deze vragen worden de aannames en argumenten waarop de Technische commissie douanewaarde zich baseert nader geëvolueerd in onderdeel 9.6.
Hoewel Commentary 22.1 niet bindend is, worden de instrumenten van de Technische commissie douanewaarde van de WDO in de regel door haar leden gevolgd (onderdeel 4.3.3). Zo wordt sinds het toepasselijk worden van het DWU de douanewaarde bepaald overeenkomstig het last-sale principe, waar daarvoor onder het acquis communautaire het first-sale principe werd toegepast bij opeenvolgende verkopen.