Einde inhoudsopgave
Open normen in het Europees consumentenrecht (R&P nr. CR4) 2011/5.3.1
5.3.1 Verloop van het omzettingsproces
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon, datum 31-08-2011
- Datum
31-08-2011
- Auteur
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon
- JCDI
JCDI:ADS494777:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Resp. SI 1994/3159 en SI 1999/2083. De UTCCR 1999 zijn in 2001 nog eens geamendeerd: SI 2001/1186.
Commissie 2000, p. 7. Zie ook Twigg-Flesner 2006/07, p. 241 en Alpa 1997, p. 563-564: de wetgever was onbekend met een collectieve consumentenactie en vertrouwde op de precedentwerking.
Over deze kwestie is een prejudiciële vraag gesteld aan het HvJ (nr. C-82/96). Deze zaak is n.a.v. een akkoord waaruit de wetsaanpassing is voortgevloeid, doorgehaald in de registers. De nieuw bevoegde instanties zijn de `regulators of various public services such as rail, gas, elearicity, telecoms and water', de Information Commissioner, de 'trading standards departments of local authorities', de UK Consumers Association en vanaf 2001 de Financial Services Authority.
De hieronder te bespreken jurisprudentie m.b.t. de UTCCR 1994 is daarom even relevant voor de UTCCR 1999: Macdonald 2002, p. 765.
278. De richtlijn is omgezet aan de hand van uit de European Communities Act 1972 voortvloeiende Regulations, aanvankelijk in de Unfair Terms in Consumer Contracts Regulations 1994 (UTCCR 1994) en na een paar aanpassingen in de Unfair Terms in Consumer Contracts Regulations 1999 (UTCCR 1999).1 De UTCCR 1994 namen de richtlijn vrij letterlijk over. Reg. 4(3) UTCCR 1994 bepaalde dat bij de toetsing aan het goede trouw-criterium de (uit de UCTA 1977 afkomstige) gezichtspunten uit ov. 16 considerans, neergelegd in Sch. 2 UTCCR 1994, in acht dienden te worden genomen. In de UTCCR 1994 was de derde zin van art. 5 richtlijn (die de uitleg contra proferentem in het kader van collectieve en preventieve toetsingen uitsluit) echter niet omgezet en werd bewust geen volledig gevolg gegeven aan art. 7 lid 2 richtlijn: de vorderingen tot staking konden uitsluitend door de OFT en niet door consumentenorganisaties worden ingeleid.2
De UTCCR 1999 herstellen de tekortkomingen in de implementatie van de richtlijn. De collectieve actiebevoegdheid werd uitgebreid tot alle publieke en private met de consumentenbescherming belaste organisaties.3 Verder is de uit het Engelse recht geïnspireerde lijst gezichtspunten uit ov. 16 considerans, die in Sch. 2 UTCCR 1994 was opgenomen, in de UTCCR 1999 komen te vervallen. De `unfairnesstest' zelf is, na de invoering van de UTCCR 1999, echter onaangeroerd gebleven.4 Hierna wordt ingegaan op de keuzes die zijn gemaakt bij de inpassing van de richtlijn in het Engelse recht (par. 5.3.2) en de keuze voor een handhavingsstelsel (par. 5.3.3). Tot slot wordt stilgestaan bij de waarborgen in het Engelse recht voor de consistente uitleg en toepassing van de norm (par. 5.3.4).