De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV
Einde inhoudsopgave
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/7.3.1:7.3.1 De uitleg van de wet in de parlementaire geschiedenis
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/7.3.1
7.3.1 De uitleg van de wet in de parlementaire geschiedenis
Documentgegevens:
mr. K. Spruitenburg, datum 01-08-2018
- Datum
01-08-2018
- Auteur
mr. K. Spruitenburg
- JCDI
JCDI:ADS376974:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2010-2011, 32 887, nr. 3 (MvT), p. 15 en 29.
Kamerstukken II 2010-2011, 32 887, nr. 3 (MvT), p. 29.
Voor de NV en BV is de vertegenwoordigingsregeling in art. 2:130/240 BW een uitwerking van art. 10 Richtlijn 2009/101/EG. Die regeling stond daarvoor in gelijkluidende bewoordingen in art. 9 van de Eerste Richtlijn (68/151/EEG). Zie Asser/Maeijer & Kroeze 2-I* 2015/335, 336.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit de memorie van toelichting volgt dat een vertegenwoordiger van de rechtspersoon het verzoekschrift namens de rechtspersoon indient.1 De rechtspersoon kan daarbij vertegenwoordigd worden “door het bestuur en mede afhankelijk van de statuten, door een individuele bestuurder”.2 De wetgever verwijst hiermee naar de vertegenwoordigingsregels van de NV en BV zoals neergelegd in art. 2:130/240 BW: het zogenoemde richtlijnstelsel.3 Het uitgangspunt lijkt derhalve te zijn dat voor het indienen van een enquêteverzoek de (gewone) vertegenwoordigingsregels gelden. De wetgever spreekt namelijk in de memorie van toelichting noch in de latere behandeling van het wetsvoorstel over een bestuursbesluit als ontvankelijkheidsvereiste voor het indienen van een enquêteverzoek.