Einde inhoudsopgave
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/2.5.5.1
2.5.5.1 Tenuitvoerlegging van beslissingen inzake omgangsrecht en terugkeer van een kind
Mr. M. Zilinsky, datum 02-03-2005
- Datum
02-03-2005
- Auteur
Mr. M. Zilinsky
- JCDI
JCDI:ADS377018:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Deze regeling is terug te voeren op het initiatiefvoorstel van Frankrijk tot de aanneming van een verordening inzake wederzijdse tenuitvoerlegging van beslissingen betreffende het omgangsrecht (Pb EG C 234 van 15 augustus 2000, p. 7). Zie nader over dit voorstel: D. van Iterson, 'Het Franse initiatiefvoorstel tot afschaffing van het exequatur voor beslissingen inzake omgangsrecht', in: H.F.G. Lemaire, P. Vlas (red.), Met recht verkregen, Bundel opstellen aangeboden aan mr. Ingrid S. Joppe, Deventer: Kluwer 2002, p. 87-104.
De afgifte van het certificaat geschiedt bij een beslissing inzake het omgangsrecht niet ambtshalve, indien de beslissing geen grensoverschrijdend karakter heeft. In een dergelijk geval kan een der betrokken partijen op het moment dat de situatie een grensoverschrijdend karakter verkrijgt, om de afgifte van een certificaat verzoeken. Overeenkomstig art. 42 lid 2 Vo-BlIbis dient de rechter van de lidstaat van herkomst het certificaat op een beslissing betreffende de terugkeer van een kind in de zin van art. 40 lid 1 sub b Vo-BlIbis ambtshalve af te geven. Bij een dergelijke beslissing is immers altijd sprake van een grensoverschrijdende situatie, nu de rechter zijn bevoegdheid op de verordening heeft gebaseerd.
Ingevolge art. 41 en art. 42 Vo-BIlbis worden beslissingen inzake het omgangsrecht en inzake de terugkeer van een kind die afkomstig zijn uit een lidstaat en aldaar uitvoerbaar zijn, in een andere lidstaat erkend en zonder een uitvoerbaarverklaring ten uitvoer gelegd. Tevens bestaat er in de lidstaat van tenuitvoerlegging geen mogelijkheid om zich tegen de erkenning van de beslissing te verzetten.1 De rechter van de lidstaat van herkomst van een beslissing inzake het omgangsrecht of inzake de terugkeer van een kind geeft ambtshalve een certificaat af, indien aan de voorwaarden van art. 41 lid 2 resp. art. 42 lid 2 is voldaan.2 Op basis van dit certificaat kan de beslissing in een andere lidstaat ten uitvoer worden gelegd. De tenuitvoerlegging van een beslissing waarvoor een dergelijk certificaat is afgegeven, vindt in de lidstaat van tenuitvoerlegging ingevolge art. 47 lid 2 Vo-BIIbis onder dezelfde voorwaarden plaats als een in die lidstaat gegeven beslissing. Het recht van die lidstaat bepaalt ook de mogelijkheden van de beperking van de tenuitvoerlegging van de beslissing. Een beslissing inzake het omgangsrecht of inzake de terugkeer van een kind waarvoor een certificaat overeenkomstig art. 41 lid 2 resp. art. 42 lid 2 Vo-BIIbis is afgegeven, kan in het bijzonder op grond van art. 47 lid 2, tweede alinea Vo-BIIbis worden geweigerd, indien de beslissing onverenigbaar is met een later gegeven uitvoerbare beslissing.
Deze nieuwe regeling is een stap in de richting van de afschaffing van de exequaturprocedure, aangezien art. 41 lid 1 en art. 42 lid 1 Vo-BIIbis leiden tot gelijkstelling van bepaalde vreemde beslissingen met de beslissingen van de rechter in de lidstaat van tenuitvoerlegging. De regeling heeft niet alleen invloed op de fase van de erkenning en tenuitvoerlegging van de beslissing, maar tevens op de fase van de verlening van de beslissing zelf. Ingevolge art. 41 lid 1, tweede alinea resp. art. 42 lid 2, tweede alinea kan de rechter van de staat van herkomst de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zelfs indien het nationale recht niet bepaalt dat een de beslissing van rechtswege bij voorraad uitvoerbaar is.