Einde inhoudsopgave
Publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen (IVOR nr. 74) 2010/9.3.2.3
9.3.2.3 Competitie tussen staten en de federale overheid (?)
mr. J.B.S. Hijink, datum 16-09-2010
- Datum
16-09-2010
- Auteur
mr. J.B.S. Hijink
- JCDI
JCDI:ADS574364:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht (V)
Voetnoten
Voetnoten
In deze zin Roe (2005), (2008) en (2009). Zie verder Bratton/McCahery (2006) en daarover: Jaap Winter (2006), p. 624-630.
Bebchulc/Hamdani (2006), op p. 38 e.v. menen in dit verband dat (de dreiging van) federaal ingrijpen niet ver genoeg gaat.
Daarover: Bratton/McCahery (2006), p. 61-79. Zie ook hoofdstuk 2, § 2.1.
De 'Corporate and Financial Institution Compensation Faimess Act of 2009' (H.R. 3269) werd op 31 juli 2009 aangenomen door de House of Representatives. Op basis van deze voorstellen krijgt de aandeelhoudersvergadering o.a. een adviserende stem over de beloning van bestuurders. De 'Shareholders Bill of Rights Act' (S. 1074) werd op 12 mei 2009 door Senator Schumer geïntroduceerd. Ook dit voorstel bevat bepalingen over de (jaarlijkse) betrokkenheid van de AvA bij de bezoldiging van bestuurders. Voorgesteld wordt dat de AvA de bevoegdheid krijgt om deze goed te keuren. Over deze voorstellen Bainbridge (2009) en Gordon (2009).
Zeer negatief in dit kader over de Sarbanes Oxley Act of 2002 is Bainbridge (2003), p. 2 Hij noemt deze op p. 2 'a creeping - but steady - federalization of corporate govemance law' noemt. In vergelijkbare kritische zin (maar dan met een minder normatieve ondertoon) over die wet: Karmel (2003), p. 546. Zie voor kritische kanttekeningen bij andere voorstellen (wederom) Bainbridge. Onder andere in Bainbridge (2009). Hij schrijft daarnaast over een 'collection of really bad ideas' en over 'an era of creeping federalization of corporate law (vgl. http://www.professorbainbridge.com/professorbainbridgecom/2009/05/schumers-shareholder-bill-of-rights-act-of-2009-the-federalization-angle.html).
Voortbouwend op de conclusie dat tussen de Amerikaanse staten geen competitie om incorporaties lijkt plaats te (kunnen) vinden, is in de Amerikaanse literatuur hernieuwde aandacht ontstaan voor een ander vorm van "competitie" op het terrein van wet- en regelgeving voor beursvennootschappen. Dat is de competitie tussen de federale overheid enerzijds en de staten — in het bijzonder Delaware — anderzijds.
De gedachte daarbij is dat de federale overheid concurreert met de staten bij de totstandkoming van wet- en regelgeving voor beursvennootschappen.1 Indien de federale overheid van mening is dat het statelijk vennootschapsrecht op onderdelen tekortschiet, kan deze zelf regelgeving uitvaardigen of dreigen uit te vaardigen.2 De vaststelling van de Sarbanes Oxley Act of 2002 is daarvan een voorbeeld.3 Ook de recente initiatieven van de Amerikaanse federale overheid om te komen tot federale wet- en regelgeving ter versterking van de positie van aandeelhouders in Amerikaanse beursvennootschappen— zoals de zogenoemde "Say-on-Pay" voorstellen en de ingediende "Shareholders Bill of Rights Act"4 — vormen daarvan illustraties. Over de wenselijkheid van deze wijze van "in concurrentie treden met de staten" door de Amerikaanse federale overheid, lopen de opvattingen in de Amerikaanse literatuur uiteen.5