De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer
Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/6.5.3:6.5.3 Het verhaal van het Waarborgfonds Motorverkeer op de onverzekerde aansprakelijke
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/6.5.3
6.5.3 Het verhaal van het Waarborgfonds Motorverkeer op de onverzekerde aansprakelijke
Documentgegevens:
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS399533:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De Bosch Kemper & Gruben, nr. 10.4.
In theorie is denkbaar dat beide functies weer zouden worden gescheiden en dan leidt art. 27t lid 3 Wam wel degelijk tot problemen.
De Bosch Kemper & Gruben, nr. 10.4.
HR 25 maart 1994, VR 1995, 118.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het verhaalsrecht van het Waarborgfonds Motorverkeer vindt zijn regeling in art. 27 Wam en is - het moet De Bosch Kemper & Gruben worden nagegeven - uitgebreider en gedetailleerder geregeld dan dat van het Bureau.1 Dat geldt in de eerste plaats al de kring van personen op wie het Waarborgfonds verhaal kan nemen: niet slechts degene die zijn verplichting tot verzekering niet is nagekomen, maar tevens 'alle aansprakelijke personen'.
Tevens zij opgemerkt dat art. 27 lid 1 ook het verhaalsrecht van het Waarborgfonds Motorverkeer regelt als het schade heeft vergoed die is veroorzaakt door gewoonlijk in andere lidstaten gestalde motorrijtuigen, die in die lidstaat met gebruikmaking van art. 5 lid 2 van de Richtlijn van de verzekeringsplicht zijn vrijgesteld. Omgekeerd heeft het Waarborgfonds - als het waarborgfonds van een andere lidstaat de door een van de verzekeringsplicht vrijgestelde 'elobike' veroorzaakte schade aan de benadeelde heeft vergoed - een verhaalsrecht op de aansprakelijke. Ik zou menen dat hier geen regresrecht op de bezitter of de houder mogelijk is, tenzij dezen naar burgerlijk recht aansprakelijk zouden zijn. Er kan immers niemand worden aangewezen die zijn verplichting tot verzekering niet is nagekomen.
Terzijde zij opgemerkt dat 'elobikes' in Nederland plegen te worden meegedekt op de aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren (AVP), zulks na een advies terzake van het Verbond van Verzekeraars aan zijn leden. Dat betekent evenwel niet dat de aansprakelijke berijder van een 'elobike' geheel vrij van zorgen is. De AVP zal niet steeds een dekking bieden die overeenstemt met de aanspraken van het buitenlandse slachtoffer op 'zijn' waarborgfonds. Hetzelfde geldt overigens als het ongeval in Nederland plaatsvindt. Ook dan zal de benadeelde een aanspraak op het Waarborgfonds Motorverkeer hebben conform de art. 25 e.v. Wam, terwijl de AVP - meestal - een lagere verzekerde som kent en het eigen recht van art. 6 Wam niet geldt. Het rechtstreeks vorderingsrecht van art. 7:954 BW is beperkter dan het eigen recht van art. 6 Wam.
Terzijde zij opgemerkt dat art. 27t lid 3 Wam op een misvatting berust, in zoverre het een verhaalsrecht op de aansprakelijke toekent aan het Nederlandse schadevergoedingsorgaan. Volgens art. 25 van de Richtlijn heeft het schadevergoedingsorgaan dat heeft uitgekeerd omdat de aansprakelijke niet verzekerd is een verhaalsrecht op het waarborgfonds van de lidstaat waar het voertuig gewoonlijk is gestald dan wel als het gewoonlijk is gestald in een derde land - op het waarborgfonds van de lidstaat van het ongeval en niet op de aansprakelijke zelf.
Het Schadevergoedingsorgaan kan zich, als het heeft moeten uitkeren aan het schadevergoedingsorgaan van de lidstaat van woonplaats van de benadeelde terwijl de aansprakelijke verzekerd is (maar diens verzekeraar of schaderegelaar niet gemotiveerd heeft geantwoord, dan wel de verzekeraar geen schaderegelaar heeft aangesteld) verhalen op de verzekeraar. Heeft het schadevergoedingsorgaan in de lidstaat van woonplaats van de benadeelde de schade vergoed omdat het gewoonlijk in Nederland gestalde motorrijtuig niet verzekerd was, dan heeft dat schadevergoedingsorgaan een verhaalsrecht op het Waarborgfonds Motorverkeer en niet op het Schadevergoedingsorgaan. Het verhaalsrecht van het Schadevergoedingsorgaan op de aansprakelijke wordt dan door het Waarborgfonds Motorverkeer uitgeoefend. Dat beide functies door dezelfde rechtspersoon worden vervuld doet aan dit onderscheid niet af.2
De Bosch Kemper & Gruben bepleiten dat de beslissing van het Waarborgfonds Motorverkeer marginaal wordt getoetst:
"In de verhaalsprocedure zou, al was het maar om proceseconomische redenen, de beslissing van het Waarborgfonds Motorverkeer om tot uitkering over te gaan, naar onze mening niet volledig, maar min of meer marginaal getoetst moeten worden, d.w.z. dat de rechter beoordeelt of het Waarborgfonds in redelijkheid tot zijn beslissing heeft kunnen komen." 3
Zij erkennen wel dat de jurisprudentie in dit opzicht een verdeeld beeld te zien geeft en dat de rechter in het algemeen minder bereid is tot een terughoudende toetsing bij aansprakelijkheidsvragen dan bij vragen rond de hoogte van de door het Waarborgfonds uitgekeerde schadevergoeding. Uit het arrest van de Hoge Raad van 25 maart 1994 kan worden afgeleid dat de bewijslast in beginsel bij het Waarborgfonds berust, maar dat de feitenrechter op grond van het door het Waarborgfonds bij de schaderegeling gebruikte bewijsmateriaal kan aannemen dat dit bewijs is geleverd, zodat de aansprakelijke tegenbewijs zal moeten leveren.4