Einde inhoudsopgave
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/2.2.4.6
2.2.4.6 Verhaal van de kosten van het onderzoek op grond van art. 2:354 BW
mr. P.H.M. Broere, datum 12-05-2022
- Datum
12-05-2022
- Auteur
mr. P.H.M. Broere
- JCDI
JCDI:ADS652173:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Van Schilfgaarde e.a. 1997, p. 208.
De Ondernemingskamer zou dat ook niet moeten doen. Zo ook Borrius 2016, p. 65; Hermans 2017, p. 55 en p. 242; Van Solinge 2017, p. 509. Wel werd de onderzoeker zo nu en dan gevraagd de verantwoordelijkheid voor wanbeleid te onderzoeken – de opmaat naar verhaal van de kosten van het onderzoek op grond van art. 2:354 BW. Zie par. 2.2.4.3.
Zie bijv. Onderzoeksverslag Cordial, waarin de onderzoeker opmerkt ‘Al met al dringt zich daarom bij mij ook de vraag op of het enquêteverzoek van EOC wel op redelijke gronden is gedaan.’ Die formulering komt overeen met de tekst van art. 2:354 BW. De Ondernemingskamer wees het verzoek tot verhaal van de kosten van het onderzoek evenwel af, zie OK 20 juni 2007 (r.o. 3.36), JOR 2007/203 (Cordial). Zie ook Conclusie A-G Timmerman (nr. 4.7.18) voor HR 4 april 2014, NJ 2014/286, m.nt. P. van Schilfgaarde (Cancun).
Broere 2019b, p. 694-695.
Zo ook Van Solinge 1998, p. 59; Hermans 2003, p. 129-130.
Behoort het tot de taak van de onderzoeker te onderzoeken of verhaal van de kosten van het onderzoek op grond van art. 2:354 BW mogelijk is? De wet bepaalt hierover niets1 en ook de tot 9 juli 2019 geldende AAS zwegen hierover. Mij zijn ook geen gevallen bekend waarin de Ondernemingskamer de onderzoeker heeft gevraagd dit te onderzoeken.2 In het verleden liet de onderzoeker zich soms wel uit over de vraag of verhaal van de kosten van het onderzoek is aangewezen. De Ondernemingskamer is aan dat oordeel niet gebonden.3
Uit bepaling 7.5 van de Leidraad volgt inmiddels dat het niet op de weg van de onderzoeker ligt om aanbevelingen te doen over kostenverhaal als bedoeld in art. 2:354 BW, waarover hoofdstuk 7. Die bepaling leent zich mijns inziens niet voor afwijking (par. 2.2.4.2). Het staat de onderzoeker op grond van deze bepaling wel vrij ‘maatregelen te noemen die de rechtspersoon kan nemen ter oplossing van geconstateerde problemen of door de rechtspersoon reeds getroffen maatregelen in reactie op de gebeurtenissen die in het onderzoek zijn betrokken.’ Op grond van dit laatste is het denkbaar dat de onderzoeker de rechtspersoon, of in voorkomende gevallen een directe financier, aanbeveelt de kosten van het onderzoek te verhalen op grond van art. 2:354 BW, als oplossing voor de financiële problemen waarin de rechtspersoon is geraakt als gevolg van het – door de Ondernemingskamer vast te stellen – wanbeleid.4 Niettemin zou ik menen dat de onderzoeker er goed aan doet zich niet uit te laten over de mogelijkheid tot verhaal van de kosten van het onderzoek.5 Het betreft hier een taak van de Ondernemingskamer, die in dit kader enkel op verzoek beslist. Daarbij mag de Ondernemingskamer mijns inziens ook meer bewijsmateriaal betrekken dan enkel het onderzoeksverslag, waarover par. 7.9.3.5.