Einde inhoudsopgave
Stille getuigen 2015/5.3.3.3
5.3.3.3 Weigering getuige om te verklaren
Mr. B. de Wilde, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
Mr. B. de Wilde
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Voetnoten
Voetnoten
HR 29 januari 2013, NJ 2013, 145.
Zie daarover ook onderdeel 3 van de noot van Borgers onder HR 5 januari 2010, NJ 2010, 571 en de conclusie van AG Fokkens voor HR 29 september 1998, NJ 1999, 74. Dit was ook het standpunt van de Finse regering in EHRM 9 november 2006, appl.nos. 18885/04 & 21166/04 (Kaste & Mathisen/Noorwegen), § 37.
EHRM 10 juli 2012, appl.no. 29353/06 (Vidgen/Nederland), § 42.
Hiervoor is vereist dat de gijzeling voor het onderzoek dringend noodzakelijk is. Dat zal mijns inziens alleen het geval kunnen zijn wanneer de eerder door de getuige afgelegde verklaring van beslissende betekenis is. Gijzeling wordt zelden toegepast en zal meestal als doel hebben een getuige die nog geen verklaring heeft afgelegd, aan het praten te krijgen.
HR 1 februari 1994, NJ 1994, 427.
HR 29 januari 2013, NJ 2013, 145. De getuige had aangegeven zich bedreigd te voelen en daarom geen nadere vragen te willen beantwoorden.
Ook buiten het geval van een geheimhoudingsplicht kan een getuige weigeren te verklaren, al dan niet op grond van een hem toekomend verschoningsrecht. Wanneer de getuige dit inderdaad doet, is geen sprake van een effectieve ondervragingsgelegenheid.1 In § 3.5.2 van hoofdstuk 4 heb ik aangegeven dat de Hoge Raad jarenlang heeft geoordeeld dat in zo’n geval het ondervragingsrecht niet is geschonden. Wellicht is een beweegreden van de Hoge Raad daarvoor geweest dat de justitiële autoriteiten tevergeefs voldoende inspanningen hebben gedaan om de getuige voor ondervraging beschikbaar te krijgen.2 Ook het ehrm is van oordeel dat in het geval van een zwijgende getuige de autoriteiten niet nalatig zijn geweest.3
Wanneer een getuige zonder recht weigert vragen te beantwoorden, is het in bepaalde gevallen mogelijk de getuige te gijzelen (art. 294 Sv).4 Deze vrijheidsberoving is een zwaar middel om de getuige aan het praten te krijgen, waarvan de effectiviteit niet op voorhand vaststaat. In het arrest Grenzen getuigenbewijs oordeelde de Hoge Raad dat voor het gebruik voor het bewijs van de verklaring van een getuige die later weigert te verklaren, niet vereist is dat de rechter de gijzeling van die getuige heeft bevolen.5 In NJ 2013, 145 herhaalde hij deze opvatting. In die zaak was in cassatie afzonderlijk geklaagd over het niet gijzelen van de getuige. De Hoge Raad oordeelde dat de afwijzing van het getuigenverzoek in deze zaak niet onbegrijpelijk was. Het gerechtshof hoefde de getuige onder de omstandigheden van deze zaak niet te gijzelen.6 Het ehrm heeft, voor zover mij bekend, nooit geoordeeld over een zaak waarin een getuige volgens een klager had moeten worden gegijzeld.