Einde inhoudsopgave
De cyberverzekering vanuit civielrechtelijk perspectief (O&R nr. 129) 2021/VI.3.2
VI.3.2 Kennis van cyberrisico’s en -verzekeringen
mr. N.M. Brouwer, datum 01-06-2021
- Datum
01-06-2021
- Auteur
mr. N.M. Brouwer
- JCDI
JCDI:ADS278860:1
- Vakgebied(en)
Informatierecht / ICT
Verzekeringsrecht / Schadeverzekering
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 34a jo 66 Wbp.
Zie bijvoorbeeld het op verzoek van de Cyber Security Raad opgestelde adviesrapport van H. Verhagen, Nederland digitaal droge voeten. De economische en maatschappelijke noodzaak van meer cybersecurity, Cyber Security Raad 2016, waarin het kabinet wordt aangespoord om in beweging te komen en waarvoor uitgebreide aandacht is geweest in de landelijke media. Zie voorts P.T.J. Wolters & C.J.H. Jansen, Ieder bedrijf heeft digitale zorgplichten. Een handreiking voor bedrijven op het gebied van cybersecurity, Cyber Security Raad 2017. Denk ook aan de aandacht voor cybersecurity bij gemeenten, zorginstellingen en op (inter)nationaal niveau, bijvoorbeeld tijdens verkiezingen.
Zeker sinds de invoering van de Meldplicht Datalekken en van de bevoegdheid van de Autoriteit Persoonsgegevens om forse boetes uit te delen,1 is de aandacht voor digitale risico’s en de schade die daardoor kan ontstaan, sterk toegenomen.2 Van een assurantietussenpersoon, die zich beroepshalve met risico’s bezighoudt, mag daarom worden verwacht dat hij van het bestaan daarvan op de hoogte is. Het feit dat er voor dit soort risico’s een verzekering voorhanden is, mag tevens als beroepshalve bekend worden verondersteld. De kennis die de tussenpersoon beroepshalve heeft, vormt reeds in algemene zin een aanleiding om onderzoek te doen naar de situatie van zijn cliënten.
VI.3.2.1 Onzichtbare risico’sVI.3.2.2 KernactiviteitenVI.3.2.3 Eigen verantwoordelijkheid verzekeringnemer