Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/3.4.2.1.1
3.4.2.1.1 Voorbeeld of uitbreiding?
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291083:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
J.F.M. Giele, De BTW op Europees Palet (Afscheidsrede Leiden), Deventer: Gouda Quint 1990, p. 10, B.G. van Zadelhoff, Onroerende goederen en belasting over de toegevoegde waarde (diss.), Deventer: FED 1992, p. 116, M.E. van Hilten, Bancaire en financiële prestaties in de Europese BTW (diss.), Deventer: Kluwer 1992, p. 188, K.M. Braun, Aftrek van voorbelasting in de BTW (diss.), Deventer: Kluwer 2002, p. 103, G.J. van Norden, Het concern in de BTW (diss.), Deventer: Kluwer 2007, p. 103, B.G. van Zadelhoff, Belastingplichtige in de BTW (FED Fiscale Brochures), Deventer: Wolters Kluwer 2016, p. 16 en W.J. Blokland, Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (diss.), Deventer: Wolters Kluwer 2016, p. 48.
In de Deense taalversie wordt het begrip ‘blandt andet’ gehanteerd, in de Duitse het begrip ‘auch’, in de Engelse taalversie het begrip ‘also’, in de Franse taalversie het begrip ‘notamment’ en de Italiaanse taalversie het begrip ‘in particolare’. In gelijke zin: A-G Cosmas 28 maart 1996, zaak C-230/94, ECLI:EU:C:1996:145, punten 13 en 14 (Enkler) en J.J.P. Swinkels, De belastingplichtige en de Europese BTW (diss.), Den Haag: Koninklijke Vermande 2001, p. 144-145.
Op grond van de tweede zin van art. 9 lid 1, tweede alinea Btw-richtlijn wordt als economische activiteit in het bijzonder beschouwd: de exploitatie van een (on)lichamelijke zaak om er duurzaam opbrengst uit te verkrijgen. In het Voorstel voor een tweede richtlijn en de Tweede Richtlijn was een dergelijke bepaling niet opgenomen. De tekst van art. 9 lid 1, tweede alinea Btw-richtlijn wijkt af van de tekst van haar voorganger, art. 4 lid 2, tweede zin Zesde Richtlijn, op grond waarvan onder andere de exploitatie van een (on)lichamelijke zaak om er duurzaam opbrengst uit te verkrijgen als een economische activiteit wordt beschouwd. Uit punt 3 van de considerans van de Btw-richtlijn is af te leiden dat met de tekstuele wijziging in de Btw-richtlijn geen inhoudelijke wijziging is beoogd ten opzichte van de Zesde Richtlijn. De woorden ‘in het bijzonder’ en ‘onder andere’ duiden op een (specifiek) voorbeeld van ‘economische activiteit’.1 De bewoordingen van art. 4 lid 2, tweede zin Zesde Richtlijn geven bij nader inzien echter geen antwoord op de vraag of de exploitatie van een (on)lichamelijke zaak om er duurzaam opbrengst uit te verkrijgen een voorbeeld of een uitbreiding van het begrip economische activiteit is. Een vergelijking van de Nederlandse taalversie met andere taalversies van art. 4 lid 2, tweede zin Zesde Richtlijn laat zien dat in de verschillende taalversies zowel steun te vinden is voor de ‘voorbeeldopvatting’ als voor de ‘uitbreidingsopvatting’.2