De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/5.12.2.5:5.12.2.5 Verbod op détournement de pouvoir
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/5.12.2.5
5.12.2.5 Verbod op détournement de pouvoir
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949539:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Cohen 1981, p. 78 en Rechtbank ’s-Gravenhage 28 november 1968, NJ 1968/444.
Rechtbank ’s-Gravenhage 28 november 1968, NJ 1968/444.
CBHO 14 november 2016, 2016/069.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het verbod op détournement de pouvoir houdt in dat een bevoegdheid niet voor een ander doel gebruikt mag worden dan waarvoor het bedoeld is. Dat dit verbod van toepassing is op examens illustreert Cohen met een zaak uit 1968.1 In casu werd het propedeutisch examen gebruikt als middel om studenten te selecteren voor het vervolg van de opleiding, de rechter oordeelde hierover als volgt:
“[…] Wij voorshands menen de vraag of de geschiktheid tot studie bij iemand bestaat weliswaar relatief is omdat zij verband houdt met de zwaarte der eisen die aan die studie worden gesteld, doch daarnaast een volstrekt objectief karakter draagt en geen verband kan worden gelegd tussen deze geschiktheid en het aantal personen die de betreffende studie ambiëren”2
De bevoegdheid om de student te examineren is dan ook niet bedoeld om studenten te selecteren voor het tweede studiejaar. Er was daardoor gehandeld in strijd met het beginsel van détournement de pouvoir. Een recenter voorbeeld waarbij in strijd met dit verbod werd gehandeld speelde in 2016.3 In casu kende de examinator minder punten toe omdat de student niet bij alle lessen aanwezig was geweest. De Oer gaf echter enkel de mogelijkheid om de student te tentamineren middels een mondeling of schriftelijk tentamen of een combinatie van beide. Door de aanwezigheid van de student in de beoordeling te betrekken werd gehandeld in strijd met het verbod op détournement de pouvoir. De bevoegdheid om het tentamen af te nemen was blijkens de Oer immers niet bedoeld om afwezigheid van de student bij de lessen af te straffen. Behoudens de twee hiervoor genoemde zaken zijn er geen voorbeelden bekend waarbij in het kader van examens een beroep is gedaan op het verbod op détournement de pouvoir.