Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/7.5.0
7.5.0 Introductie
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS396736:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
'Daarbij mag niet worden vergeten dat het bestaan van de n.v. uit tweeërlei fiscale gezichtshoek kan worden bezien. Enerzijds vertoont zich de n.v. als een afgezonderd, van de aandeelhouders gescheiden stuk bedrijvigheid. Het bestaan van de zo sterke zelfstandigheidaspecten vertonende n.v. leidt tot een situatie die zich wezenlijk onderscheidt van de particuliere onderneming. Anderzijds moet in het oog worden gehouden dat de resultaten van deze bedrijvigheid — zij het minder direct en minder adequaat dan bij de particuliere onderneming — toekomen aan de aandeelhouders. De gecombineerde heffing van een afzonderlijke vennootschapsbelasting doet zowel uit materieel als uit technisch oogpunt recht aan deze twee aspecten, mits uiteraard de druk van de vennootschapsbelasting niet zo hoog of zo laag is dat ten opzichte van particuliere ondernemingen een onevenwichtige situatie zou bestaan'. Zie: Kamerstukken II, 1962-1963, 6 000, nr. 9, blz. 2.
Kamerstukken II, 1962-1963, 6 000, nr. 9, blz. 5.
Kamerstukken II, 1962-1963, 5 380, nr. 19, blz. 22.
Kamerstukken II , 1962-1963, 5 380, nr. 19, blz. 22..
Kamerstukken II , 1962-1963, 5 380, nr. 19, blz. 22..
\Het belang van het zijn van een zelfstandige entiteit wordt in de parlementaire geschiedenis voornamelijk besproken vanuit het oogpunt van de NV.1 Deze rechtsvorm heeft van oudsher een centrale plaats ingenomen in het belastingstelsel en heeft een prominente rol gespeeld bij het ontwerp van de vennootschapsbelasting. De wetgever concludeert dan ook dat de benaming `vennootschapsbelasting' de voorkeur heeft als benaming voor de belasting om de volgende reden: 'Deze naam sluit het nauwst aan bij die van de rechtsvorm van het overgrote deel, zowel in aantal als in belangrijkheid, van de belastingplichtigen: de naamloze vennootschappen '.2 De zelfstandigheid van de NV naast haar aandeelhouders werd door de fiscale wetgever gekoppeld aan het bezit van rechtspersoonlijkheid. Zo stelt de wetgever: 'Bij alle n.v. 's vertonen zich kenmerken welke aspecten vormen van de scheiding tussen onderneming en aandeelhouders, een scheiding die haar neerslag vindt in het aanmerken van deze n.v. als afzonderlijke rechtspersoon '.3 Vervolgens heeft de fiscale wetgever aangegeven welke materiële kenmerken zijns inziens daarmee gepaard gaan: 'Gedacht kan hierbij worden aan de beperkte aansprakelijkheid tegenover schuldeisers, de regelingen tot bescherming van het vermogen en de gemakkelijke overdraagbaarheid van de onderneming of een gedeelte daarvan '.4 Voorts breidt de wetgever deze reeks van kenmerken uit op het moment dat hij benadrukt dat het bovenstaande ook geldt voor de besloten NV: `(...) het vorenstaande geldt toch ook voor de besloten n. v. Ook deze gedraagt zich met haar aandeelhouders in het maatschappelijke verkeer als een afzonderlijke eenheid, terwijl ook haar vermogen en winst administratief en reëel gescheiden zijn van het vermogen en inkomen van de aandeelhouders '.5
Uit het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de fiscale wetgever bij het ontstaan van de vennootschapsbelasting de rechtvaardiging heeft gebaseerd op de rechtspersoonlijkheid van een entiteit die gepaard gaat met een bepaalde zelfstandigheid. Deze zelfstandigheid is aan specifieke kenmerken te herkennen en kan onderscheiden worden in twee vormen: (1) de zelfstandigheid van de vennootschap (kenmerk is afzonderlijke eenheid in het rechtsverkeer); en (2) de zelfstandigheid van de deelnemers, de kapitaalverschaffers (kenmerken zijn de gemakkelijke overdraagbaarheid van de aandelen en de beperkte aansprakelijkheid). Het vermogensaspect heeft hierbij een overkoepelende functie (kenmerken zijn respectievelijk het zelfstandige vermogen en de afgescheiden winst, en daarnaast de kapitaalbeschermingsregels, waarbij een integratie met de eerder genoemde kenmerken plaatsvindt). Voor de classificatie van de OVBA komt de vraag op in hoeverre deze kenmerken bij de OVBA aanwezig zullen zijn.
In de volgende paragrafen worden de kenmerken die bij de totstandkoming van de vennootschapsbelasting in de parlementaire geschiedenis zijn benadrukt, verder uitgewerkt. Eerst bekeken vanuit de uitgangspunten en overwegingen van de (fiscale) wetgever, de invulling daaraan in de rechtspraak en de wetgeving, daarna nader beschouwd in het licht van de maatschappelijke werkelijkheid, de toekomstige wetgeving en de OVBA. Daarnaast onderzoek ik of de kenmerken van de zelfstandig belastingplichtige vennootschappen ook daadwerkelijk onderscheidende kenmerken zijn ten opzichte van de kenmerken van entiteiten die fiscaal transparant zijn, en hoe deze kenmerken zich openbaren binnen de groep van vennootschapsbelastingplichtigen. Ten slotte bespreek ik hoe de OVBA geclassificeerd zou kunnen worden indien gebruik wordt gemaakt van de classificatiemethode voor buitenlandse entiteiten en de criteria die in de jurisprudentie zijn ontwikkeld. Ik sluit af met de fiscale classificatie van de OVBA zoals die mijns inziens binnen de huidige belastingwetgeving mogelijk zou zijn en de classificatie van de OVBA die ik wenselijk acht