Einde inhoudsopgave
Verlofstelsels in strafzaken (SteR nr. 37) 2018/8.6.e
8.6.e De achterkant van werklastbeheersing
mr. G. Pesselse, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
mr. G. Pesselse
- JCDI
JCDI:ADS608343:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
HR 19 februari 2013, NJ 2013/308, m.nt. Keulen (onbevoegde hulpofficier); HR 1 juli 2014, NJ 2014/441, m.nt. Borgers (oproepen en horen getuigen); HR 2 december 2014, NJ 2015/390, m.nt. Mevis (medeplegen); HR 22 maart 2016, NJ 2016/316, m.nt. Rozemond (Noodweer); HR 20 juni 2017, ECLI:1111-1115 (samenloop).
Denk aan HR 12 maart 2002, NJ 2002/317, m.nt. Schalken (betekeningsvoorschriften); HR 30 maart 2004, NJ 2004/376, m.nt. Buruma (afvoerpijp); HR 17 juni 2008, NJ 2008/ 358, m.nt. Mevis (redelijke termijn II).
Zie bijv. de arresten over medeplegen van 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1315 tot en met 1323, NJ 2016/411-419, m.nt. Rozemond onder NJ 2016/420.
Corstens & Kuiper 2013; Borgers in zijn noot onder HR 1 juli 2014, NJ 2014/441; Nan 2016, p. 2522.
Systematische vergelijking lijkt mij trouwens geen sinecure. In elk geval moet niet alleen aan overzichts- of richtinggevende arresten worden gedacht, maar bijv. ook aan beter doordachte en gemotiveerde ‘gewone’ arresten en de toename van cassaties in het belang der wet, vgl. Snijders 1978 en Barendrecht 1998. Hierbij moet ook aandacht bestaan voor het risico dat te strikte selectie juist leidt tot marginalisering van het beroepsgerecht in de rechtsorde, zie Schauer 2009.
Barendrecht 2008 en Vranken 2009.
Het is samengevat aannemelijk dat verlofstelsels bijdragen aan vermindering van de werklast van gerechten, maar deze conclusie hangt ten eerste wel af van de vormgeving van de verlofprocedure en ten tweede is twijfelachtig of een verlofstelsel op lange termijn niet de instroom van beroepen vergroot en daardoor het stroomlijningeffect uitvlakt. De werklastverminderende werking van verlofstelsels is dus allerminst vanzelfsprekend en verdient kritische aandacht in nader onderzoek.
Dat de discussie over verlofstelsels veelal in termen van werklastvermindering of werklastbeheersing wordt gevoerd, verhult tot slot enigszins dat meer op het spel staat dan alleen de belastbaarheid en capaciteit van gerechten en rechters in hoger beroep en cassatie. De constatering dat een verlofstelsel de werklast van gerechten in bepaalde zaken kan verminderen, laat de cruciale vervolgvraag of de vrijgekomen capaciteit wordt ingezet voor intensievere behandeling van andere zaken nog onbeantwoord.
Voor hoger beroep bestaan onvoldoende gegevens om die vraag te beantwoorden. Wat cassatie betreft valt mij op, zonder grondige vergelijking te hebben uitgevoerd, dat de laatste jaren relatief veel overzichtsarresten worden gewezen,1 al kwamen dergelijke arresten ook al voor 2012 voor.2 Verder lijken uitspraken over bepaalde thema’s vaker tegelijkertijd te worden gewezen en gepubliceerd, hetgeen de impact ervan bevordert.3 Bovendien geeft de Hoge Raad daarnaast soms beroepen over urgente problematiek prioriteit en doet hij daarin relatief snel uitspraak. Veel meer dan anekdotisch bewijs is het voorgaande niet, al signaleren ook anderen verandering.4
In nader onderzoek kunnen methoden worden ontwikkeld om hierop beter zicht te krijgen.5 De vraag komt daarbij op of de invoering of uitbreiding van verlofstelsels in hoger beroep en cassatie in strafzaken niet gepaard moet gaan met enige verantwoording door de beroepsrechter over de daadwerkelijk geboekte eindresultaten van ‘zijn’ verlofstelsel. Verantwoording in algemene termen over welk voordeel met het verlofstelsel precies wordt beoogd en behaald. Verantwoording over welke zaken ertoe doen en waarom. In het bijzonder een vrij verlofstelsel geeft aan de beroepsrechter grote vrijheid toegangsbeleid te bepalen. Zeker als die vrijheid resulteert in ongemotiveerde weigering van de toegang tot beroep, moet het verlofbeleid mijns inziens in algemene zin inzichtelijk worden gemaakt. Daar komt nog een vraag bij, namelijk of een verlofstelsel op zichzelf voldoende is om te bereiken dat meer aandacht wordt besteed aan zaken die ertoe doen, of dat daarvoor flankerende maatregelen nodig zijn. Gedacht wordt aan cassatie in het belang der wet, prejudiciële vragen, sprongcassatie, inschakeling van externe deskundigheid (amici curiae), beraadslaging in grote kamers etc.6 Dit soort maatregelen kan de beroepsrechter als het ware dwingen meer aandacht te besteden aan zaken die ertoe doen, wat toch het finale oogmerk van verlofstelsels is.