De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer
Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/7.7:7.7 Afsluiting
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/7.7
7.7 Afsluiting
Documentgegevens:
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS397169:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De vraag kan nu worden beantwoord of de positie van de benadeelde van een internationaal ongeval in het gemotoriseerde verkeer bevredigend is geregeld. Ik concentreer mij daarbij op de Nederlandse benadeelde en beperk mij tot ongevallen in Nederland en in andere lidstaten. Bij het antwoord op deze vraag past een kanttekening: in mijn studie heb ik niet alle aspecten van deze positie onderzocht. Alleen de procedurele kant van de bescherming van de benadeelde is aan de orde geweest, voor zover deze in de Wam-richtlijn van de EU is geregeld, met slechts kleine uitstapjes naar aspecten van IPR. Het voor zijn bescherming minstens zo belangrijke aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht is vrijwel geheel onbesproken gebleven.
Allereerst de vraag van de toegang tot een 'aanspreekpunt' in eigen land: heeft het Nederlandse slachtoffer van een internationaal verkeersongeval - of hij nu in eigen land schade heeft geleden door een bezoekend motorrijtuig of in het buitenland de benadeelde is geworden van een verkeersongeval - in eigen land een aanspreekpunt met wie hij zijn schade kan regelen. Dat blijkt in de meeste gevallen zo te zijn.
Als het ongeval in Nederland plaatsvindt, kan hij ofwel het Nederlands Bureau aanspreken dan wel het Waarborgfonds Motorverkeer. In het eerste geval zal de schade in de meeste gevallen worden behandeld door een benoemde correspondent maar deze werkt onder verantwoordelijkheid van het Bureau. Dat betekent dat de benadeelde ook een bevoegde rechter in Nederland heeft. Doordat de Wam regres-nemende partijen als particuliere en sociale verzekeraars niet verschillend behandelt, hebben ook dezen toegang tot het Waarborgfonds Motorverkeer.
Wordt de Nederlandse ingezetene slachtoffer van een ongeval in het buitenland dan luidt het antwoord genuanceerder. Hij kan - als het ongeval in een lidstaat plaatsvindt en het aansprakelijke voertuig gewoonlijk gestald en verzekerd is in een andere lidstaat dan Nederland - de door de buitenlandse verzekeraar in Nederland aangestelde schaderegelaar benaderen, maar deze niet in rechte betrekken. Een procedure zal tegen de verzekeraar moeten worden gevoerd. Voor zover de benadeelde als economisch zwakke partij is aan te merken, heeft hij daarbij wel een bevoegde rechter in Nederland. Dat geldt niet voor niet als economisch zwakke partij te betitelen partijen waaronder in elk geval particulier en sociale verzekeraars zijn te verstaan. Zij dienen de procedure te starten in de lidstaat van vestiging van de verzekeraar.
Ontbreekt de schaderegelaar, of is het aansprakelijke voertuig niet verzekerd of onbekend gebleven, dan kan de direct benadeelde zich wenden tot het Nederlandse Schadevergoedingsorgaan. Dat zal, als de verzekeraar geen schaderegelaar heeft aangesteld, in eerste instantie alleen trachten de verzekeraar tot een gemotiveerde reactie te bewegen. In de andere gevallen zal het Schadevergoedingsorgaan het schadegeval in behandeling nemen. De onduidelijkheid rond het begrip 'gemotiveerd antwoord' maakt de bescherming van het schadevergoedingsorgaan wel minder effectief.
Is voor het ongeval in een andere lidstaat een niet verzekerd motorrijtuig uit een niet-lidstaat aansprakelijk, dan heeft het Nederlandse slachtoffer ook toegang tot het Nederlandse Schadevergoedingsorgaan. Merkwaardig genoeg is dat niet het geval als het voertuig verzekerd was. Dan zal de Nederlandse benadeelde zich moeten wenden tot het Bureau van de lidstaat van het ongeval.
Nederlandse slachtoffers van ongevallen in niet-lidstaten die door niet gewoonlijk in Nederland gestalde of hier verzekerde voertuigen zijn veroorzaakt, kunnen alleen dan een partij in Nederland aanspreken als het ongeval in een bij het groenekaartstelsel aangesloten land plaatsvindt, het voertuig gewoonlijk gestald en verzekerd is in een andere lidstaat en de aansprakelijke dekking heeft in dat land. In dat geval kan de benadeelde zich tot de schaderegelaar of - als deze ontbreekt tot het Schadevergoedingsorgaan wenden. In andere gevallen rest de Nederlandse benadeelde geen andere weg dan die naar de verzekeraar van het voertuig of naar het waarborgfonds van het land van het ongeval.
Ten aanzien van de minimaal door de verzekeraar, het Bureau en het waarborgfonds te bieden dekking valt op te merken dat deze, zeker na de aanpassingen van de verzekerde som die de 5e Richtlijn heeft gebracht, in het algemeen adequaat zal zijn, al leidt de in de onderscheiden lidstaten sterk uiteenlopende hoogte daarvan nog wel tot grote verschillen in behandeling van slachtoffers. Een dergelijk verschil in behandeling van slachtoffers wordt nog versterkt door de uiteenlopende aansprakelijkheids- en schadevergoedingsregimes, al valt dit aspect buiten het kader van deze studie. Ook de verschillende niveaus van bescherming die door de waarborgfondsen wordt geboden leidt tot verschillende behandeling van overigens vergelijkbare slachtoffers. Met name Nederlandse slachtoffers van ongevallen die in andere lidstaten door daar gewoonlijk gestalde maar onverzekerde of door onbekende motorrijtuigen worden veroorzaakt, zullen onaangenaam verrast kunnen worden.
Uit de rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU is af te leiden dat het een der doelstellingen van de EU is dat slachtoffers van verkeersongevallen een vergelijkbare behandeling krijgen, ongeacht de plaats in de EU waar het ongeval plaatsvindt. Op grond van het onderzoek kan de conclusie worden getrokken dat deze vergelijkbare behandeling meer als een bezweringsformule moet worden gezien dan als een daadwerkelijk met de huidige stand van het gemeenschapsrecht te bereiken resultaat.