De acting in concert-regeling inzake het verplicht bod op effecten
Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/9.4.1:9.4.1 Inleiding
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/9.4.1
9.4.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS368815:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Dat geldt ook voor bijzondere overeenkomsten, zoals de overeenkomst van vennootschap, nu daarvoor grosso modo dezelfde regels gelden als voor “gewone” overeenkomsten. Zie voor de overeenkomst van vennootschap nader Asser/Van Olffen 7-VII* 2010/39 en 40.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Degene die zich beroept op de biedplicht moet gegronde redenen aanvoeren om aan te nemen dat er sprake is van onderling overleg (§ 9.4.2). Het bewijzen van een overeenkomst zal in de praktijk problemen opleveren.1 In veel gevallen zullen de samenwerkende partijen niets op papier hebben gezet. In die gevallen moet worden gekeken naar andere feiten en omstandigheden (§ 9.4.3), maar het is de vraag of minderheidsaandeelhouders zelfs daar voldoende zicht op hebben (§ 9.4.4).
Het onderstaande is geënt op de huidige situatie van handhaving door de Ondernemingskamer in een civielrechtelijke context. Indien zou worden gekozen voor de door mij bepleite stelselwijziging, waarin de AFM handhavingsbevoegd wordt (§ 16.3.4), dan gelden vanzelfsprekend de bestuursrechtelijke bewijsregels.