Verbondenheid in het belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/7.3.16.3:7.3.16.3 Beoordeling van enkele rechtstheoretische aspecten
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/7.3.16.3
7.3.16.3 Beoordeling van enkele rechtstheoretische aspecten
Documentgegevens:
Dr. R.N.F. Zuidgeest, datum 20-11-2008
- Datum
20-11-2008
- Auteur
Dr. R.N.F. Zuidgeest
- JCDI
JCDI:ADS604147:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Deelnemingsvrijstelling
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor de beoordeling van de rechtsvormneutraliteit van het begrip ‘uiteindelijk belang’ wordt eveneens verwezen naar paragraaf 7.3.7.
Wat betreft de neutraliteit ten aanzien van de samenlevingsvorm geldt een bijzondere goedkeuring voor de toepassing van de disculpatiemogelijkheid van art. 20a lid 2 onderdeel b Wet VPB 1969. In verband met deze bepaling is in het besluit van 6 mei 2008, nr. CPP2008/984M, V-N 2008/27.16, goedgekeurd dat aandelen die behoren tot een huwelijksgemeenschap, tot hetzelfde ‘uiteindelijke belang’ worden gerekend. Dat wil zeggen, dat in deze situaties niet naar het ‘uiteindelijke belang’ van iedere aandeelhouder afzonderlijk wordt gekeken.
De goedkeuring geldt niet indien de echtgenoten buiten gemeenschap van goederen zijn getrouwd. In de redenering van de staatssecretaris kiezen zij er dan voor om hun vermogen zowel juridisch als economisch niet als een eenheid te behandelen. Naar mijn mening is er in dit opzicht geen sprake van neutraliteit.
Hoewel dit niet met zoveel woorden is genoemd, ga ik ervan uit dat de goedkeuring wel geldt voor geregistreerde partners, indien zij ook hebben gekozen voor een wettelijke gemeenschap van goederen.
Aangezien de disculpatiemogelijkheid van art. 20a lid 2 onderdeel b Wet VPB 1969 een faciliteit is, past het naar mijn mening niet om hierbij het onduidelijke begrip ‘belang’ te hanteren. Een dergelijke open norm hoort naar mijn mening bij een begrip met een antimisbruikfunctie of een antiontgaansfunctie. In verband met de facilitaire functie kan naar mijn mening een scherpere norm worden gehanteerd, waarbij uiteraard wel moet worden bewaakt dat de disculpatiemogelijkheid alleen geldt in situaties waarin materieel-economisch sprake is van een concern.