Betrouwbaar getuigenbewijs
Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/12.6.1:12.6.1 Grote waarderingsvrijheid
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/12.6.1
12.6.1 Grote waarderingsvrijheid
Documentgegevens:
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijv. A.R. Mackor, Nederlandse strafrechters hebben te veel autonomie, Opinie op de RuG-site, 24.1.2011, http://www.rug.nl/corporate/nieuws/opinie/2011/opinie5_2011.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De waarderingsvrijheid van de Nederlandse rechter als het gaat om het gebruik van getuigenverklaringen voor het bewijs is groot (volgens sommigen zelfs te groot).1 Een zekere mate van waarderingsvrijheid is onontbeerlijk voor het nemen van eerlijke en juiste beslissingen. Het proces van het waarderen van verklaringen is namelijk dermate complex dat het niet volledig met behulp van regels valt te normeren. Een grote waarderingsvrijheid brengt wel een aantal kwetsbaarheden met zich. Op grond van het voorgaande kunnen enkele punten worden onderscheiden waar de grote waarderingsvrijheid zich manifesteert en een aantal risico’s worden genoemd die daarmee zijn verbonden.
De grote waarderingsvrijheid is allereerst gelegen in het feit dat in beginsel alle type getuigenverklaringen door de rechter voor het bewijs mogen worden gebruikt en dat wet en jurisprudentie nauwelijks criteria bieden waaraan de betrouwbaarheid/geloofwaardigheid van de getuigenverklaring moet worden getoetst. Sterker nog, het centrale toetsingscriterium van de betrouwbaarheid komt men in het Wetboek van Strafvordering in relatie tot de gewone getuigenverklaring helemaal niet tegen. Vanzelfsprekend biedt de eis dat een getuigenverklaring moet zijn gebaseerd op de eigen waarneming een inhoudelijke waarborg. Dat geldt ook voor het wettelijk bewijsminimum neergelegd in artikel 342 lid 2 Sv dat indirect de bewijswaarde van één enkele getuigenverklaring beperkt. Echter, deze eisen bieden de rechter slechts in zeer beperkte mate houvast bij de toetsing van getuigenverklaringen voor het bewijs. Voorts worden in wet en jurisprudentie geen eisen gesteld aan het onderzoek dat naar de betrouwbaarheid wordt verricht. Zo is de rechter in beginsel niet verplicht om de getuige zelf te horen of zelf op te roepen. In veruit de meeste gevallen baseert hij zich op de schriftelijke verklaring. Echter, er bestaat geen verplichting voor de rechter om ook de totstandkomingsgeschiedenis bij zijn beoordeling van de betrouwbaarheid te betrekken of in dit verband nader aandacht te besteden aan de integriteit van de bron. Als gevolg van de wijze van verbaliseren zijn de mogelijkheden om aan een dergelijke toets uitvoering te geven ook tamelijk beperkt. De consequentie van dit alles is dat de schriftelijke verklaring voornamelijk wordt getoetst in relatie tot het overige bewijs. De vraag is of de toets van de betrouwbaarheid in een dergelijk geval wel voldoende tot zijn recht komt. Het heeft er in ieder geval alle schijn van dat een atomistische toets waarbij zelfstandig aandacht is voor de totstandkoming van de verklaring, in de praktijk veelal achterwege blijft. Ook de toets van de inhoud is niet transparant doordat niet duidelijk is welke criteria zijn aangelegd en op welke rationele argumenten de beslissing omtrent de bewijswaarde is gestoeld. De dominantie van de holistische benadering kan worden genoemd als verklaring voor het feit dat het centrale criterium bij de atomistische toets niet is uitgewerkt of geoperationaliseerd.
De grote waarderingsvrijheid is tevens gelegen in het feit dat in ons systeem de schakel tussen de toetsing van het individuele bewijsmiddel en de beslissing als geheel, niet helder is geconceptualiseerd. Niet duidelijk is hoe betrouwbaar een getuigenverklaring (in zijn geheel) moet zijn alvorens deze aan het bewijs mag bijdragen en onder welke omstandigheden de selectie van passages uit de verklaring voor het bewijs gerechtvaardigd is. Tevens is er weinig aandacht voor het feit dat bewijsmateriaal alleen betekenis heeft in het licht van verschillende scenario’s. Dit draagt eraan bij dat in de praktijk soms materiaal wordt gebruikt waarvan de diagnostische waarde op grond van de wijze van totstandkoming gering is, zoals de resultaten van een enkelvoudige confrontatie. Hieraan zal in de volgende paragraaf nadere aandacht worden besteed.
De grote waarderingsvrijheid is vooral problematisch omdat de rechter maar in heel beperkte mate verantwoording over het proces van waardering hoeft af te leggen. Dit wordt namelijk gezien als beperking van diezelfde waarderingsvrijheid. Er is geen voorschrift dat van de rechter verlangt dat hij op specifieke punten rekenschap aflegt. Het feit dat niet of nauwelijks eisen worden gesteld aan de motivering van beslissingen omtrent de betrouwbaarheid, heeft als consequentie dat de motivering betrekkelijk summier kan zijn en de eigenlijke motieven van de rechter niet hoeft te weerspiegelen. Het staat de rechter daarmee vrij om bepaalde aspecten wel of niet in zijn motivering te vermelden. Betrouwbaarheidsverweren kunnen in algemene bewoordingen worden ‘weggeschreven’ door te verwijzen naar de consistentie en gedetailleerdheid van de gebezigde getuigenverklaringen en naar de steun daarvoor in het dossier. Hierdoor wordt controle op de genomen beslissing over de betrouwbaarheid op basis van dergelijke verweren belemmerd. De gedachte dat een motiveringsplicht de rechterlijke waarderingsvrijheid beperkt, is echter niet juist. Althans, niet als men het erover eens dat de beslissing omtrent de geloofwaardigheid gebaseerd dient te zijn op rationele argumenten. De koppeling tussen de rechterlijke waarheidsvrijheid en de motivering wordt veelal gemaakt vanuit de gedachte dat de beoordeling van getuigenverklaringen mede subjectief is en zich niet volledig laat motiveren. Het punt is echter dat als de beslissing omtrent de betrouwbaarheid of het bewijs niet valt te motiveren langs de weg van de motivering, deze beslissing niet zou mogen worden genomen.