Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/23.2.2.2:23.2.2.2 Art. 685 BW (oud)
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/23.2.2.2
23.2.2.2 Art. 685 BW (oud)
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS483627:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art. 685 BW (oud) luidt, voor zover hier van belang:
‘Ieder mede-eigenaar mag den gemeenen scheidsmuur hoger doen optrekken, (…).’
Opvallend is dat evenals in art. 684 BW (oud) – maar anders dan bij het hierna te bespreken art. 689 BW (oud) – de wet hier geen voorafgaande toestemming vereist.
Wel volgt uit art. 689 lid 2 BW (oud) dat voorafgaand1 aan de aanbouw (art. 684 BW (oud)) of ophoging mededeling daarvan wordt gedaan aan de nabuur.
Overigens heeft de Rechtbank Rotterdam2 overwogen dat zowel voor aanbouw als voor ophoging (ex art. 685 BW (oud) toch toestemming van de nabuur nodig is. Dit zou moeten volgen uit het onderling verband tussen de art. 684, 685 en 689 BW (oud). Het vragen van toestemming leidt ertoe dat de nabuur van zijn rechten uit art. 689 lid 2 BW (oud) gebruik kan maken. Wordt de toestemming geweigerd dan staat dit niet aan aanbouw of ophoging in de weg. Wel zou aldus een recht op schadevergoeding kunnen ontstaan.3