Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/4.2.3.4.2
4.2.3.4.2 Geen levering ondanks eigendomsoverdracht
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291601:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
HR 17 februari 2012, nr. 09/04280, BNB 2012/117, m.nt. Swinkels, r.o. 3.3.2 (Gemeente Gemert-Brakel).
HR 29 juni 2012, nr. 10/00786, BNB 2013/35, m.nt. Swinkels, r.o. 4 Gemeente Albrandswaard).
In gelijke zin: conclusie A-G Van Hilten 30 juni 2011, nr. 09/04280, V-N 2011/53.20, punt 6.4.2, Swinkels, noot bij HR 17 februari 2012, nr. 09/04280, BNB 2012/117, Sanders, commentaar bij HR 17 februari 2012, nr. 09/04280, NTFR 2012/501 en Redactie V-N, aantekening bij HR 17 februari 2012, nr. 09/04280, V-N 2012/15.24 en conclusie A-G Ettema 29 december 2015, nr. 15/00664, V-N 2016/11.18. Anders: M. Albers, Het beperkt zakelijk recht en enkele belastingen (diss.), Groningen: Rijksuniversiteit Groningen 2016, p. 59-60 die beslissend acht dat het bevoegd gezag het schoolgebouw met toestemming van de gemeente kan vervreemden.
In soortgelijke zin: Swinkels, noot bij HR 17 februari 2012, nr. 09/04280, BNB 2012/117 (Gemeente Gemert-Brakel) en Redactie V-N, aantekening bij HR 17 februari 2012, nr. 09/04280, V-N 2012/15.24 (Gemeente Gemert-Brakel).
In gelijke zin: Redactie V-N, aantekening bij conclusie A-G Ettema 29 december 2015, nr. 15/00664, V-N 2016/11.18.
In soortgelijke zin: Swinkels, noot bij HR 17 februari 2012, nr. 09/04280, BNB 2012/117 (Gemeente Gemert-Brakel).
In soortgelijke zin: Redactie V-N, aantekening bij conclusie A-G Ettema 29 december 2015, nr. 15/00664, V-N 2016/11.18.
Voor een vastgoedtransactie waarbij sprake is van een eigendomsoverdracht geldt als uitgangspunt dat sprake is van een levering. Indien de eigenaarsbevoegdheden, en met name de bevoegdheid om het vastgoed over te dragen, aanzienlijk zijn beperkt, dan komt de vraag op of deze vastgoedtransactie feitelijk de overdracht van eigenaarsbevoegdheden inhoudt. In de arresten Gemeente Gemert-Brakel1 en Gemeente Albrandswaard2 heeft de Hoge Raad duidelijk gemaakt dat de overdracht van de eigendom van een schoolgebouw, waarbij de eigenaarsbevoegdheden van het bevoegd gezag op grond van de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO) aanzienlijk zijn beperkt, toch kwalificeert als een levering. Op grond van de WVO is het vervreemden, bezwaren of verhuren van het schoolgebouw zonder toestemming van de gemeente nietig en moet het schoolgebouw door het bevoegd gezag aangewend moet worden voor het voortgezet onderwijs om de eigendom van het schoolgebouw niet te verliezen. Naar mijn mening kan vanwege die beperkingen van de eigenaarsbevoegdheden niet gezegd worden dat het bevoegd gezag met de eigendomsoverdracht feitelijk het recht heeft verkregen om te beslissen hoe en waarvoor het schoolgebouw wordt gebruikt.3
Dat de Hoge Raad aan zijn oordeel ten grondslag legt dat aan het bevoegd gezag meer rechten toekomen dan de algemene bepalingen van het BW aan een huurder of bruiklener toekent, acht ik geen sterk argument. Het is juist dat het overdragen van eigenaarsbevoegdheden veronderstelt dat die bevoegdheden die van een huurder of bruiklener te boven gaan (zie paragraaf 4.2.3.4.1). Maar uit de omstandigheid dat het bevoegd gezag meer bevoegdheden verkrijgt dan een huurder of bruiklener normaal gesproken heeft, volgt niet – want een a-contrario-redenering – dat het bevoegd gezag daadwerkelijk beschikt over eigenaarsbevoegdheden.4 Bovendien brengt het uniebegrip levering met zich dat voor de vraag wat onder eigenaarsbevoegdheden moet worden verstaan het nationale civiele recht niet het laatste woord heeft. Of de eigenaar meer bevoegdheden heeft dan een huurder of bruiklener normaliter op grond van het Nederlandse civiele recht heeft, is dus geen juiste toets. Ook het argument dat het bevoegd gezag geen ‘last’ heeft van die beperkingen zolang het schoolgebouw voor het voorgezet onderwijs wordt gebruikt, acht ik niet overtuigend. Het feit dat de school binnen die wettelijke ‘lijntjes’ moet blijven om de eigendom van het schoolgebouw niet te verliezen, pleit naar mijn mening juist voor de opvatting dat het bevoegd gezag niet het recht verkrijgt om (binnen de gebruikelijke grenzen van het eigendomsrecht) met het schoolgebouw te doen wat het wil.5 Het bevoegd gezag heeft van de gemeente de facto enkel het recht verkregen om het gebouw voor het door haar aangeboden voorgezet onderwijs te gebruiken.6 Dat lijkt mij te mager om een daadwerkelijke overdracht van eigenaarsbevoegdheden met betrekking tot het schoolgebouw aan te nemen. Omdat hierover in ieder geval redelijke twijfel mogelijk is, heeft de Hoge Raad naar mijn mening ten onrechte nagelaten om hierover een prejudiciële vraag te stellen aan het Hof van Justitie en is hij gehouden om dit in een voorkomend geval alsnog te doen.7