De acting in concert-regeling inzake het verplicht bod op effecten
Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/15.2.3.1:15.2.3.1 Inleiding
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/15.2.3.1
15.2.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS370028:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Sommige auteurs spreken in dit verband wel van een vrijstelling, zie bijvoorbeeld Nieuwe Weme 2006, p. 16.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De biedplicht vervalt indien degene op wie zij rust overwegende zeggenschap verliest binnen een termijn van 30 of – na maximale verlenging daarvan – 90 dagen, mits is voldaan aan de in art. 5:72 Wft gestelde voorwaarden. Hierin onderscheidt de gratie zich van een vrijstelling, waarbij immers in het geheel geen biedplicht ontstaat.1 Het later van toepassing worden van een vrijstelling, kan geen afbreuk doen aan de biedplicht.
In deze paragraaf komt eerst aan de orde in hoeverre bij acting in concert eigenlijk kan worden gesproken van het verliezen van overwegende zeggenschap (§ 15.2.3.2). Een ander belangrijk punt is of de gratietermijn bij acting in concert later zou moeten aanvangen dan bij de “gewone” biedplicht, dat wil zeggen de biedplicht voor individuele partijen (§ 15.2.3.3). Vervolgens komen de voorwaarden voor gratie aan bod (§ 15.2.3.4 en § 15.2.3.5). Ten slotte analyseer ik de gratiemogelijkheid bij verlies van de vrijstelling voor gelijktijdige verwerving van overwegende zeggenschap zoals geregeld in art. 5:72 lid 4 Wft (§ 15.2.3.6).