Quasi-erfrecht
Einde inhoudsopgave
Quasi-erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2006/V.4.7:V.4.7. Conclusie
Quasi-erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2006/V.4.7
V.4.7. Conclusie
Documentgegevens:
prof. mr. F.W.J.M. Schols, datum 24-03-2006
- Datum
24-03-2006
- Auteur
prof. mr. F.W.J.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS576753:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In par. 4.6 van dit hoofdstuk werd geconstateerd dat in Duitsland ook het gemeinschaftliches Testament een veel gebruikte figuur is en er behoefte aan bestaat. De cijfers zijn van dien aard dat de in par. 3.8 van dit hoofdstuk door mij getrokken conclusie dat ook in Nederland erfrecht met contractuele elementen gewenst zou zijn, nader wordt ondersteund. Het in par. 4.3.2 van dit hoofdstuk aangestipte ‘Offenheitsprinzip’ en het kaartenhuis-karakter van het gemeinschaftliches Testament, waar in par. 4.4 van dit hoofdstuk aandacht voor was, sluiten mijns inziens nauw aan bij het door mij in de inleiding van dit onderzoek gesignaleerde probleem in onze testamentenpraktijk dat door de onbeperkte herroepelijkheid het vertrouwen van testateurs en degene die erfrechtelijk worden ingezet, kan worden beschaamd. Juist in de gevallen dat men gehuwd is, vertrouwen testateurs erop dat de ander op een bepaalde wijze zal beschikken, zo is mijn inschatting. In dit kader biedt de Duitse wetgever met het gemeinschaftliches Testament de vereiste bescherming. Maar net als bij het Erbvertrag zit er een aantal haken en ogen aan de regeling. Zo speelt voor het vraagstuk of beschikkingen ‘wechselbezüglich’ zijn uitleg naar mijn smaak een te belangrijke rol. Om de binding na het overlijden van de eerststervende vorm te geven zijn ook hier beschermingsmaatregelen als § 2287 BGB en § 2288 BGB onvermijdelijk. Dit alles maakt de regeling vrij gecompliceerd. Kan de testateur wel alles overzien?
Net als het Erbvertrag kan het gemeinschaftliches Testament echter dienst doen als model indien men naar erfrecht toe zou willen met contractuele elementen. De cijfers enthousiasmeren mij in ieder geval om meer van het quasi-erfrecht met bindende elementen gebruik te maken.
Veel problemen zouden mijns inziens voorkomen kunnen worden door te opteren voor de notariële vorm en de eis te stellen dat beschikkingen slechts wechselbezüglich zijn, indien dat uitdrukkelijk is bepaald. Bovendien zou het mijns inziens niet onverstandig zijn als voorwaarde te laten gelden dat alleen sprake is van een gemeenschappelijke uiterste wil, indien deze in één akte is opgenomen.