Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/761
Zedenzaak. Ontucht met 11-jarige tweelingdochters door 38-jarige verdachte, meermalen gepleegd (art. 245 (oud) jo. art. 248 lid 2 Sr). 1. Bewijsminimum, art. 342 lid 2 Sv (unus testis). Vindt verklaring van aangeefster voldoende steun in ander bewijsmateriaal? 2. Bewijsklacht. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt m.b.t. betrouwbaarheid van verklaringen van aangeefsters. HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 03-06-2025, ECLI:NL:HR:2025:540
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
3 juni 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.E.M. Röttgering, F. Posthumus
- Zaaknummer
24/01436
- Conclusie
A-G mr. D.J.C. Aben
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:540, Uitspraak, Hoge Raad, 03‑06‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:375, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 25‑03‑2025
Essentie
Zedenzaak. Ontucht met 11-jarige tweelingdochters door 38-jarige verdachte, meermalen gepleegd (art. 245 (oud) jo. art. 248 lid 2 Sr). 1. Bewijsminimum, art. 342 lid 2 Sv (unus testis). Vindt verklaring van aangeefster voldoende steun in ander bewijsmateriaal? 2. Bewijsklacht. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt m.b.t. betrouwbaarheid van verklaringen van aangeefsters. HR: art. 81 lid 1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/01436
Datum 3 juni 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 11 april 2024, nummer 20-002864-20, in de strafzaak ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.