Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes
Einde inhoudsopgave
Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes (SteR nr. 63) 2024/2.8:2.8 Afsluiting
Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes (SteR nr. 63) 2024/2.8
2.8 Afsluiting
Documentgegevens:
mr. L.S.A. Trapman, datum 19-02-2024
- Datum
19-02-2024
- Auteur
mr. L.S.A. Trapman
- JCDI
JCDI:ADS949722:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie par. 2.3 en par. 7.6.4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De drie democratiebegrippen die in dit hoofdstuk voorbijkwamen, vertonen geen grote inhoudelijke verschillen. In de beschreven begrippen spelen verkiezingen, de daarvoor benodigde politieke participatierechten en de koppeling tussen democratie en rechtsstaat een grote rol. Drie uitgangspunten voor verkiezingsregulering laten zich daaruit destilleren. Allereerst dient het grondrechtelijk kiesrecht in acht te worden genomen. Het volgende hoofdstuk gaat verder op dit grondrechtelijke karakter in, waarna de concreet daaruit volgende uitgangspunten voor het verkiezingsproces aan de orde komen in de hoofdstukken 6 tot en met 8. Daarnaast kunnen ook de vrijheid van meningsuiting en de verenigingsvrijheid beschouwd worden als uitgangspunten voor verkiezingsregulering. Deze politieke participatierechten zijn in een democratie sowieso van belang, maar krijgen in verkiezingstijd een bijzondere dimensie.1
De verschillende achtergronden van de democratieprincipes brengen verschillen met zich wat betreft de mate waarin en de wijze waarop de begrippen tot ontwikkeling zijn gekomen. De Algemene bepaling in de Grondwet geeft een zeer terughoudende en daarmee onvolledige definitie van het democratieprincipe. De bepaling vormt een algemene waarborg voor de democratie en onderkent dat zij in belangrijke mate door de formele wetgever moet worden vormgegeven. Een in steen gebeitelde definitie van het democratiebegrip kan daaraan in de weg staan, zo is de gedachte van de grondwetgever. Het EHRM is veel stelliger waar het de inhoud van het democratiebegrip betreft. Het Hof toetst individuele feitencomplexen aan de grondrechten die in een democratie centraal staan. De beoordeling van deze individuele casus in het licht van de grondrechten geeft een duidelijk beeld van de inhoud van het democratieprincipe. Zo heeft het Hof zich uitgelaten over het belang van de vrijheid van meningsuiting en de verenigingsvrijheid in verkiezingstijd en zich gebogen over de grenzen van de mogelijkheden om deze rechten te beperken. De definitie die de EU-instellingen ten slotte aan het begrip geven, komt tot uitdrukking in concrete regels die de bescherming van de democratie als onderwerp hebben. Met name voor het EU-rechtelijke democratieprincipe geldt dat de uitleg van het principe de laatste jaren veel aandacht geniet. Dit blijkt met name uit het werk van de Unie-instellingen dat zich richt op de situatie in Polen en Hongarije, waar de democratie en de rechtsstaat sinds enkele jaren onder druk staan, en het ‘Actieplan voor Europese democratie’, waarmee de Europese Commissie de uitdagingen waarvoor de Europese democratie zich geplaatst ziet, wil adresseren.
Een gezonde democratie is gebaat bij maatregelen die de aan de democratie ten grondslag liggende uitgangspunten waarborgen en voorkomen dat de democratie wordt uitgehold. Om deze uitgangspunten te kunnen waarborgen, is allereerst vereist dat de inhoud van deze uitgangspunten duidelijk is. Met andere woorden: om de democratie te kunnen beschermen en versterken is het noodzakelijk om te weten wat onder ‘de democratie’ verstaan moet worden. De toenemende aandacht voor de inhoud van het democratieprincipe, die recentelijk met name blijkt uit de aan de Grondwet toegevoegde Algemene bepaling en het werk van de EU op het gebied van de democratie, is wat dat betreft dan ook zeer welkom. Beide ontwikkelingen openen de deur naar een materiëlere benadering van het democratiebegrip. Wel verdient het opmerking dat de uitleg en bescherming van ‘de democratie’ in de EU-rechtelijke benadering van het begrip lijken samen te vallen. Uit de concrete maatregelen die de EU neemt om de democratie te beschermen, blijkt tegelijkertijd wat onder de democratie wordt verstaan. Daarmee bestaat het risico dat ‘democratie’ op het niveau van de EU een containerbegrip wordt, dat wordt ingevuld naar bevind van zaken van de Uniewetgever. Wat dat betreft is de route van de grondwetgever een wenselijke. Voor de Algemene bepaling geldt dat zij een opmaat vormt naar een nadere invulling van het begrip, door het begrip een grondwettelijke grondslag te geven, te voorzien van inhoud (zij het een minimale) en daarmee de (grond)wetgever en rechter uit te nodigen tot het formuleren van een nader interpretatiekader.