Einde inhoudsopgave
Conversie en aandelen (VDHI nr. 149) 2018/7.4
7.4 Pandrecht en vruchtgebruik
mr. P.H.N. Quist, datum 01-02-2018
- Datum
01-02-2018
- Auteur
mr. P.H.N. Quist
- JCDI
JCDI:ADS370605:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie over pandrecht, vruchtgebruik (en beslag) in het kader van conversie ook Huizink, GS Rechtspersonen, artikel 2:92 BW, aant. 5 (online, bijgewerkt 1 februari 2010), Portengen & Groot 2004 en Visser 2014.
Er bij conversie door samenvoeging van uitgaande dat alle samengevoegde aandelen met het pandrecht zijn belast. Indien niet alle samengevoegde aandelen met een pandrecht zijn belast, zal het pandrecht komen te rusten op het gehele door conversie te vormen aandeel.
Zo ook Perrick 2016, p. 159 e.v.
Zie hierover ook Perrick 2016, die ook, op grond van analogie, een aantal buitenwettelijke vormen van zaaksvervanging omschrijft.
Ik denk hier aan de relatieve werking ten aanzien van aandeelhouders die tegen een bepaald besluit hebben gestemd.
Zie in dit verband ook HR 3 april 2015, NJ 2015/479, m.nt. S. Perrick (De Novitaris) over de positie van de notaris ingeval zijn bijstand zou leiden tot benadeling van derden. Over deze uitspraak bijvoorbeeld Waaijer 2015, p. 439-441. Zie ook Hoofdstuk 18.
Als de statuten daartoe de mogelijkheid openen, kunnen aandelen worden verpand en kunnen aan de pandhouder de aan de aandelen verbonden stem- en vergaderrechten toekomen, al dan niet afhankelijk van het intreden van bepaalde voorwaarden. Enkelvoudige conversie laat een op het geconverteerde aandeel rustend pandrecht intact.1 Hetzelfde geldt voor conversie door splitsing en door samenvoeging.2 Wel kan een conversie die de aan het aandeel verbonden rechten uitholt, gevolgen hebben voor de pandhouder, die immers een van het hoofdrecht, de volledige gerechtigdheid tot het aandeel, afgeleid recht heeft. Zelfs lijkt het mogelijk dat een pandhouder zijn stem- of vergaderrecht verliest door conversie indien de verpande aandelen worden omgezet in aandelen waaraan geen stem- of vergaderrecht voor de pandhouder kan zijn verbonden. Wel biedt voor de BV artikel 2:227 lid 4 BW bescherming aan de vruchtgebruiker en pandhouder via de regeling dat een statutaire regeling waarbij aan certificaathouders vergaderrecht is toegekend, slechts met instemming van de betrokken certificaathouders kan worden gewijzigd, tenzij bij het toekennen van het vergaderrecht de bevoegdheid tot wijziging uitdrukkelijk in de statuten was voorbehouden, welke regeling ingevolge de laatste zin van dit lid van overeenkomstige toepassing is op vruchtgebruikers en pandhouders. Het NV-recht kent geen soortgelijke bepaling.
Hoewel deze regeling ziet op het in het algemeen statutair ontnemen van vergaderrecht aan certificaathouders, vruchtgebruikers en pandhouders, denk ik dat deze regeling ook van toepassing zou zijn waar het geen wijziging van de algemene regel zou betreffen maar als door conversie het vergaderrecht verbonden aan de betreffende aandelen zou vervallen. De wet spreekt hier over vergaderrecht. Niet over stemrecht. Over ontneming van het stemrecht aan de pandhouder en vruchtgebruiker spreken de artikelen 2:197/198 BW niet. Dit is naar ik meen dan ook mogelijk, zij het dat dit in veel gevallen in strijd met de redelijkheid en billijkheid kan worden geacht nu de stemgerechtigde pandhouder en vruchtgebruiker naar ik meen kunnen worden beschouwd als ‘degenen die bij de organisatie van de rechtspersoon zijn betrokken’ in de zin van artikel 2:8 BW.3 Waar een conversiemogelijkheid in de statuten is opgenomen, kan een pandhouder bedacht zijn op de mogelijkheid dat zijn onderpand, het aandeel, in waarde vermindert door conversie. Zo kan een pandrecht op preferente aandelen worden uitgehold als het percentage van het preferente winstrecht zoals in de statuten opgenomen wordt verminderd. Verbintenisrechtelijk zal hij met de aandeelhouder- pandgever overeen kunnen komen dat deze niet zal instemmen met, zal stemmen voor of anderszins zal meewerken aan een conversie die leidt tot een vermindering van de rechten van de pandhouder. Indien echter de statuten een conversieregeling behelzen, kan het zijn dat de aandeelhouder wiens aandelen zijn verpand, niet zelf over conversie kan beslissen, maar dat daarover door anderen wordt beslist. Ook kan het zijn dat de aandeelhouder gezien zijn relatief geringe belang wordt overstemd en aldus niet bepaalt of de conversie geschiedt. De pandhouder dient daarop bedacht te zijn, maar ook de aandeelhouder-pandgever moet zich ervan bewust zijn dat verbintenisrechtelijke afspraken met de pandhouder omtrent de aan een aandeel verbonden rechten of verplichtingen beter niet kunnen worden aangegaan als hij daar uiteindelijk geen bepalende invloed op heeft.
Als aandelen die in geval van samenvoeging komen te vervallen verpand zouden zijn, zou er dan een pandrecht komen te rusten op het geldbedrag dat de aandeelhouder wegens het verlies van zijn aandeel toekomt? Artikel 2:319 BW bepaalt ten aanzien van fusie met zoveel woorden dat een pandrecht en een recht van vruchtgebruik op aandelen overgaan op wat daarvoor in de plaats treedt. Dat zal in eerste instantie zijn op de aandelen die worden verkregen in het kapitaal van de verkrijgende vennootschap. De regeling van artikel 2:67b/178b BW vermeldt over een zodanige zaaksvervanging niets. De hoofdregel ten aanzien van zaaksvervanging bij pandrecht is te vinden in artikel 3:229 BW dat bepaalt dat het recht van pand van rechtswege een pandrecht meebrengt op alle vorderingen tot vergoeding die in de plaats van het verbonden goed treden, waaronder begrepen vorderingen tot waardevermindering van het goed. Gedacht is daarbij met name aan verzekeringsuitkeringen, maar daartoe beperkt het artikel zich niet. Zowel op basis van de wettelijke hoofdregel van artikel 3:229 BW als op basis van analogie met de fusiebepaling waaraan de regeling van artikel 2:67b/ 178b BW verwant is meen ik dat bij uitstoting van verpande aandelen door zaaksvervanging een pandrecht komt te rusten op de vergoeding die daarvoor in de plaats treedt.4
Het bovenstaande geldt mijns inziens in vergelijkbare zin voor vruchtgebruik. De regeling van zaaksvervanging welke voor vruchtgebruik is vastgelegd in artikel 2:213 BW en de analogie met de fusiebepalingen als voormeld leiden naar ik meen tot eenzelfde uitkomst. Het bedrag dat voor aandelen in de plaats komt, valt van rechtswege onder het recht van vruchtgebruik.
Met enige regelmaat komt de vraag op of een notaris zou mogen meewerken aan een statutenwijziging die tot een vermindering leidt van de aan de verpande aandelen verbonden rechten, wetende dat de aandeelhouder daarmee in strijd handelt met hetgeen waartoe hij zich verbintenisrechtelijk jegens de pandhouder heeft verplicht. De notaris heeft in het geval van een besluit tot statutenwijziging waarbij aandelen worden geconverteerd, naar mijn mening vooral tot taak te verifiëren of alle statutaire en wettelijke bepalingen ter zake van het besluit tot statutenwijziging in acht zijn genomen, of er aandeelhouders zijn ten aanzien van wie deze wijziging niet werkt5 en, waar het verpande of in vruchtgebruik gegeven aandelen betreft, of de aandeelhouder dan wel de beperkt gerechtigde het aan de aandelen verbonden stemrecht en vergaderrecht toekomt.6
Het bovenstaande geldt, mutatis mutandis, ook ten aanzien van een op de aandelen gevestigd vruchtgebruik. De bevoegdheid tot het vestigen van vruchtgebruik op een aandeel kan, anders dan de bevoegdheid tot het vestigen van een pandrecht, echter niet bij de statuten worden uitgesloten (2:88/197 lid 1 BW).