Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/15.3.5:15.3.5 Dividendregels vs. regulering van aandeelhoudersleningen
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/15.3.5
15.3.5 Dividendregels vs. regulering van aandeelhoudersleningen
Documentgegevens:
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS407993:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Sinds de herziening van 2008 kwalificeren aflossings- en rentebetalingen op aandeelhoudersleningen niet langer als uitkering in de zin van § 30 GmbHG. Enigszins opmerkelijk, is het hierdoor onder omstandigheden mogelijk dat een aandeelhouder gehouden is een betaling te restitueren die de vennootschap verrichtte ter aflossing van een lening, terwijl hij een gelijktijdig ontvangen dividenduitkering mag houden. Als een betaling op een aandeelhouderslening plaatsvond binnen een jaar voor faillissement, maar op een moment dat de vennootschap nog over vrije reserves beschikte, kan het betaalde bedrag in faillissement door de curator worden teruggevorderd, terwijl een uitkering op dat moment niet op grond van § 31 GmbHG kan worden gereclameerd. Anderzijds kan een aandeelhouder nimmer tot terugbetaling worden aangesproken van betalingen op aandeelhoudersleningen die eerder plaatsvonden dan een jaar voor faillissement; ook niet als ten tijde van de betaling vrije reserves ontbraken. Hoewel aan de bijzondere regulering van (betalingen op) aandeelhoudersleningen de gedachte ten grondslag lijkt te liggen dat deze hetzelfde risico meebrengen als uitkeringen, is gekozen voor een objectieve, niet balansgeoriënteerde normering.