Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/16.5.3:16.5.3 Ontwerp Nelissen 1910
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/16.5.3
16.5.3 Ontwerp Nelissen 1910
Documentgegevens:
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS404646:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In 1910 deed minister Nelissen een nieuwe poging het vennootschapsrecht te hervormen.1 Anders dan het voorstel van de Staatscommissie, bepaalde het ontwerp Nelissen niets over de inrichting van de balans. Een dergelijk “keurslijf” zou volgens de toelichting bij het ontwerp op onoverkomelijke bezwaren afstuiten.2
Het ontwerp bepaalde dat de winst de aandeelhouders ten goede kwam, tenzij de akte van oprichting anders bepaalde. Door de vaststelling van het dividend door de AVA, kregen de individuele aandeelhouders recht op hun aandeel in de winst.3 De toelichting vermeldde dat door de vaststelling de NV aan iedere aandeelhouder een proportioneel winstbedrag schuldig werd, overeenkomstig de bepalingen die bij de vaststelling waren gemaakt omtrent tijd en plaats van betaling. Het ontwerp bepaalde tevens dat indien blijkens de vastgestelde winst- en verliesrekening over enig jaar verlies geleden was, dit op de eerstvolgende winst- en verliesrekening overgebracht diende te worden voor zover dit niet uit een reserve bestreden of op andere wijze gedelgd kon worden. In de volgende jaren werd pas geacht winst te zijn gemaakt nadat het verlies van voorafgaande jaren was aangezuiverd. Het ontwerp gaf aan dat handelen in strijd met dit voorschrift in zou houden dat aan de aandeelhouders als dividend werd uitgekeerd wat eigenlijk als waarborg voor crediteuren moest dienen.