Einde inhoudsopgave
Sfeerovergangen in de winstsfeer (FM nr. 172) 2022/3.6.1.2.1
3.6.1.2.1 Renteaftrekbeperkingen
Mr. dr. B.F.M. Coebergh, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
Mr. dr. B.F.M. Coebergh
- JCDI
JCDI:ADS630517:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Inkomstenbelasting / Winst
Voetnoten
Voetnoten
Gebaseerd op een artikel van S.A. Stevens en mezelf. Coebergh en Stevens.
Zie HR 27 januari 1988, BNB 1988/217.
Zie ook Wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en de Invorderingswet 1990 in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2016/1164 van de Raad van 12 juli 2016 tot vaststelling van regels ter bestrijding van belastingontwijkingspraktijken welke rechtstreeks van invloed zijn op de werking van de interne markt (PbEU 2016, L 234/26) (Wet implementatie eerste EU-richtlijn antibelastingontwijking), waarin het volgende is opgemerkt: ‘Daarnaast zal een onder pari uitgegeven geldlening bij de uitlener op lagere contante waarde worden gewaardeerd. De oprenting van de geldlening wordt in aanmerking genomen als rentebate. Bij de schuldenaar zal de aangroei tot nominale waarde in dat geval in het jaar van aangroei eveneens als rente te zake van door de belastingplichtige verschuldigde geldlening worden aangemerkt.’ De wetgever beschouwt de oprenting derhalve ook als rente.
Het begrip ‘rente’ is van belang bij de toepassing van diverse renteaftrekbeperkingen.1 De vraag is of de afschrijving van agio kwalificeert als rente. Fiscaal is het begrip rente niet gedefinieerd. Uit de rechtspraak blijkt dat het civielrechtelijke begrip leidend is, tenzij er fiscaal een herkwalificatie van de lening plaatsvindt.2 In civielrechtelijke zin is rente de door de debiteur aan haar crediteur betaalde vergoeding voor het verstrekken van een geldlening. Het begrip rente lijkt echter economisch te moeten worden opgevat. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat ook renteloze leningen onder de aftrekbeperkingen vallen indien in zakelijke verhoudingen rente berekend zou worden en uit het feit dat het begrip geldlening economisch moet worden uitgelegd. Voor de stelling dat de afschrijving van de post agio moet worden aangemerkt als rente kan een aanwijzing worden gevonden in HR 23 januari 2004, nr. 38029, BNB 2004/163. In dit arrest ging de Hoge Raad ervanuit dat een opwaardering van een schuld als gevolg van een daling van de marktrente moest worden gezien als het in aanmerking nemen van de op toekomstige jaren betrekking hebbende rentelast. De Hoge Raad beschouwt in genoemd arrest derhalve de post (dis)agio als rente. Mijns inziens dient de afschrijving van agio als rente te worden aangemerkt in de belaste periode. Een renteaftrekbeperking zal hierdoor van toepassing kunnen zijn. Voor de toepassing van artikel 15b Wet Vpb 1969 heeft de wetgever dit tijdens de parlementaire behandeling bevestigd.3