Fiscale geheimhoudingsplicht: art. 67 AWR ontrafeld
Einde inhoudsopgave
Fiscale geheimhoudingsplicht: art. 67 AWR ontrafeld (FM nr. 168) 2021/C:Appendix C – voorstel voor een gewijzigde wettekst van art. 67 AWR (nieuw)
Fiscale geheimhoudingsplicht: art. 67 AWR ontrafeld (FM nr. 168) 2021/C
Appendix C – voorstel voor een gewijzigde wettekst van art. 67 AWR (nieuw)
Documentgegevens:
Datum 05-05-2021
- Datum
05-05-2021
- JCDI
JCDI:ADS293866:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Informatieverplichting
Invordering / Algemeen
Invordering / Inlichtingenverplichting
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een voorstel voor art. 67 AWR (nieuw)
Het is een ieder verboden hetgeen hem bij de uitvoering van de belastingwet over de persoon of zaken van een ander blijkt of wordt meegedeeld, verder bekend te maken dan noodzakelijk is voor de uitvoering van de belastingwet of voor de invordering van enige rijksbelasting als bedoeld in de Invorderingswet 1990 (geheimhoudingsplicht).
De geheimhoudingsplicht geldt niet indien:
enig wettelijk voorschrift tot de bekendmaking verplicht;
[vervallen];
bekendmaking plaatsvindt aan degene op wie de gegevens betrekking hebben. Onze Minister stelt regels in welke gevallen de vorige volzin toepassing vindt;
gegevens niet-herleidbaar zijn tot individuele betrokkenen. Onze Minister stelt regels in welke gevallen de vorige volzin toepassing vindt.
In andere gevallen dan bedoeld in het tweede lid kan Onze Minister ontheffing verlenen van de geheimhoudingsplicht.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een ieder die op grond van het tweede of derde lid de beschikking verkrijgt over gegevens als bedoeld in het eerste lid. Hij is niet bevoegd deze gegevens te verwerken voor een ander doel dan het doel waarvoor de gegevens zijn verstrekt.
Indien daarvoor gewichtige redenen zijn neemt degene tot wie een verplichting als bedoeld in artikel 47, tweede lid, artikel 48, eerste lid, artikel 53, eerste lid, onderdeel a of artikel 55, eerste lid is gericht, op verzoek van de inspecteur geheimhouding in acht omtrent al hetgeen hem ter zake van die verplichting bekend is. De vorige volzin is van overeenkomstige toepassing op de gemachtigde zoals bedoeld in artikel 2:1 van de Algemene wet bestuursrecht.
Een voorstel voor art. 48 AWR (nieuw)
De in artikel 47, eerste lid, onderdeel b, bedoelde verplichting geldt onverminderd voor een derde bij wie zich gegevensdragers bevinden van degene die gehouden is deze, of de inhoud daarvan, aan de inspecteur voor raadpleging beschikbaar te stellen.
Behoudens de toepassing van artikel 67, vijfde lid, stelt de inspecteur degene wiens gegevensdragers hij bij een derde voor raadpleging vordert, gelijktijdig hiervan in kennis.
Art. 67 AWR (wijzigingen ten opzichte huidige wettekst)
Het is een ieder verboden hetgeen hem uit of in verband met enige werkzaamheid bij de uitvoering van de belastingwet over de persoon of zaken van een ander blijkt of wordt meegedeeld, verder bekend te maken dan noodzakelijk is voor de uitvoering van de belastingwet of voor de invordering van enige rijksbelasting als bedoeld in de Invorderingswet 1990 (geheimhoudingsplicht).
De geheimhoudingsplicht geldt niet indien:
enig wettelijk voorschrift tot de bekendmaking verplicht;
bij regeling van Onze Minister is bepaald dat bekendmaking noodzakelijk is voor de goede vervulling van een publiekrechtelijke taak van een bestuursorgaan;
bekendmaking plaatsvindt aan degene op wie de gegevens betrekking hebben voorzover deze gegevens door of namens hem zijn verstrekt. Onze Minister stelt regels in welke gevallen de vorige volzin toepassing vindt;
gegevens niet-herleidbaar zijn tot individuele betrokkenen.Onze Minister stelt regels in welke gevallen de vorige volzin toepassing vindt.
In andere gevallen dan bedoeld in het tweede lid kan Onze Minister ontheffing verlenen van de geheimhoudingsplicht.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een ieder die op grond van het tweede of derde lid de beschikking verkrijgt over gegevens als bedoeld in het eerste lid. Hij is niet bevoegd deze gegevens te verwerken voor een ander doel dan het doel waarvoor de gegevens zijn verstrekt.
Indien daarvoor gewichtige redenen zijn neemt degene tot wie een verplichting als bedoeld in artikel 47, tweede lid, artikel 48, eerste lid, artikel 53, eerste lid, onderdeel a of artikel 55, eerste lid is gericht, op verzoek van de inspecteur geheimhouding in acht omtrent al hetgeen hem ter zake van die verplichting bekend is.De vorige volzin is van overeenkomstige toepassing op de gemachtigde zoals bedoeld in artikel 2:1 van de Algemene wet bestuursrecht.
Art. 48 AWR (wijzigingen ten opzichte huidige wettekst)
De in artikel 47, eerste lid, onderdeel b, bedoelde verplichting geldt onverminderd voor een derde bij wie zich gegevensdragers bevinden van degene die gehouden is deze, of de inhoud daarvan, aan de inspecteur voor raadpleging beschikbaar te stellen.
Behoudens de toepassing van artikel 67, vijfde lid, stelt de De inspecteur stelt degene wiens gegevensdragers hij bij een derde voor raadpleging vordert, gelijktijdig hiervan in kennis.