Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/23.2.2.5:23.2.2.5 Art. 689 BW (oud)
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/23.2.2.5
23.2.2.5 Art. 689 BW (oud)
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS481199:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Geen der mede-eigenaars mag, zonder toestemming van den anderen, in den gemeenen muur eenige diepte of holte maken, noch tegen denzelven eenig werk aanbrengen of doen steunen.
In de gevallen, bij artikel 684 en 685 voorzien, kan de mede-eigenaar vorderen, dat vooraf door deskundigen de noodige middelen worden beraamd, ten einde het nieuwe werk aan zijne regten geen nadeel toebrenge.
Indien het nieuwe werk aan den eigendom van den nabuur nadeel veroorzaakt heeft, moet hij daarvoor schadeloos worden gesteld; zullende echter de schade, toegebragt aan hetgeen tot verfraaijing van den scheidsmuur heeft verstrekt, bij het opmaken der schadeloosstelling niet in aanmerking komen.’
Dit artikel geeft ‘een nadere bepaling’ van de art. 684 en 685 BW (oud).1 Zie over de verhouding tussen deze artikelen ook nog Diephuis.2