Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer
Einde inhoudsopgave
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/13.5.1:13.5.1 Certificering als schenking
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/13.5.1
13.5.1 Certificering als schenking
Documentgegevens:
Mr. dr. A.E. de Leeuw, datum 29-02-2020
- Datum
29-02-2020
- Auteur
Mr. dr. A.E. de Leeuw
- JCDI
JCDI:ADS232944:1
- Vakgebied(en)
Vermogensbelasting (V)
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie HR 15 juni 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC5687, BNB 1994/261, en HR 12 juli 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD7272, BNB 2002/317.
Zie paragraaf 13.2.2.3. Een gegadigde voor de certificaten kan slechts in dat geval de zeggenschap verkrijgen, los van toevallige omstandigheden.
In vergelijkbare zin Dusarduijn WPNR 2007/6737, paragraaf 2.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een eerste vraag met betrekking tot certificering in relatie tot de schenkbelasting, is of het tot stand brengen van de certificering een schenking kan vormen, ter zake waarvan schenkbelasting verschuldigd is. In artikel 1 lid 7 SW wordt voor het schenkingsbegrip voor de Successiewet aangesloten bij het civielrechtelijke begrip gift, zoals gedefinieerd in artikel 7:186 lid 2 BW. Aan de gift worden een aantal eisen gesteld: (i) verarming van de schenker, (ii) verrijking van de begiftigde en (iii) een bevoordelingsbedoeling. Dit laatste omvat niet alleen een bedoeling tot bevoordeling bij de schenker, maar ook een bevoordelingsbewustzijn bij de begiftigde. De bevoordelingsbedoeling van de schenker is door de Hoge Raad in hoge mate geobjectiveerd.1
In paragraaf 7.14.4 ben ik in het kader van de legitieme portie reeds ingegaan op de vraag of het certificeren van vermogen aangemerkt kan worden als een gift (aan de STAK). Mijn conclusie is dat dit niet zo is, samengevat om de volgende redenen:
De STAK heeft zelf geen economisch belang bij het gecertificeerde vermogen, maar beheert dit slechts voor de certificaathouder. Van een verrijking van de STAK is derhalve geen sprake.
In civielrechtelijke context kan, mede op grond van jurisprudentie worden aangenomen dat certificering in beginsel een waardedrukkend effect heeft; als gevolg van beperkende voorwaarden, zoals het ontbreken van zeggenschap, is de waarde van de certificaten lager dan die van het gecertificeerde vermogen. Dit impliceert een verarming van de persoon die de certificering in het leven roept, hetgeen evenwel anders kan zijn indien de certificaathouder via controle over de STAK zijn zeggenschap behoudt. Tenzij deze controle verbonden is aan de hoedanigheid van certificaathouder, is deze voor de bepaling van de (fiscale) waarde in het economische verkeer niet relevant,2 maar de beoordeling of sprake is van een verarming is primair een civielrechtelijke3.
Zelfs als men zou moeten concluderen dat degene die het vermogen certificeert wel degelijk verarmt, is nog geen sprake van een corresponderende verrijking bij de STAK.
Met het ontbreken van een verrijking kan uiteraard ook geen sprake zijn van een bevoordelingsbedoeling. Gezien de mate waarin de Hoge Raad de bevoordelingsbedoeling geobjectiveerd heeft, kan deze snel worden aangenomen en zal hier vermoedelijk veelal sprake van zijn, indien men zowel een verrijking van de STAK en een corresponderende verarming van de certificaathouder zou kunnen constateren.
Certificering leidt derhalve niet tot de verschuldigdheid van schenkbelasting.4