Einde inhoudsopgave
Cessie (O&R nr. 70) 2012/III.4.3.5
III.4.3.5 Internal liquidity support
mr. M.H.E. Rongen, datum 01-10-2011
- Datum
01-10-2011
- Auteur
mr. M.H.E. Rongen
- JCDI
JCDI:ADS354008:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Voetnoten
Voetnoten
Zie § III.4.2.3.4. Met een reserve fund kan zowel credit enhancement als liquidity support aan de ABS worden geboden.
Men spreekt dan van een ‘receivables reserve’ in plaats van een ‘cash reserve’. Zie § III.4.2.3.2.
Zie § III.4.2.3.3.
Zie Fitch Ratings, Structured Finance, EMEA cash RMBS structural overview, May 2009, p. 13 en p. 16, alsmede Fitch Ratings, Structured Finance, A guide to cash flow analysis for RMBS in Europe, December 2002, p. 8.
In een dergelijke structuur worden de kosten van een liquidity facility uitgespaard (fee en rente na trekking). Toch zijn ook aan de hier beschreven structuur kosten verbonden. Een deel van de ontvangen hoofdsom wordt immers niet aangewend voor de aflossing van ABS (maar voor de betaling van rente) met als gevolg dat er nog rente moet worden betaald over dat deel van de onder de ABS verschuldigde hoofdsom dat het SPV minder heeft kunnen aflossen. Vgl. Fitch Ratings, Structured Finance, EMEA cash RMBS structural overview, May 2009, p. 18.
Zie over de functie van renteswaps in securitisation, hiervoor: nrs. 190, 243, 282 onder (ii), 285, 286 en 321.
Het komt weliswaar voor dat het SPV enkel gehouden is een bedrag onder de swap te betalen gelijk aan de werkelijk genoten rente-inkomsten, maar meestal wordt dan overeengekomen dat in geval van een tekort ook de betalingsverplichting van de swapwederpartij wordt verminderd met het bedrag van het tekort (een ‘euro for euro adjustment’). Vgl. Fitch Ratings, Structured Finance, A guide to cash flow analysis for RMBS in Europe, December 2002, p. 11.
Zie § II.5.2.2.
Vgl. Ferran 1992a, p. 177.
Bij toepassing van een ‘senior/subordinated’ structuur wordt het liquiditeitsrisico vervolgens (in eerste instantie) afgewenteld op de junior-effecten. Overigens zij opgemerkt dat Nederlandse RMBS over het algemeen niet volgens een vast schema worden afgelost. Meestal wordt wat betreft de ‘mandatory redemption’ in de ‘terms and conditions’ van de notes bepaald dat het SPV de in een bepaalde periode (meestal een kwartaal) op de onderliggende hypotheekvorderingen ontvangen hoofdsombetalingen in de omvang zoals ze zijn ontvangen zal aanwenden voor aflossing van de notes. Het risico van betalingsvertragingen en vervroegde aflossingen komt zo voor rekening van de investeerders.
Vgl. Ferran 1992a, p. 177.
374. Reserve fund, overcollateralisation en ‘senior/subordinated’ structuur. De nadelige gevolgen van betalingsvertragingen kunnen, behalve door middel van servicer advances of een externe liquidity facility, ook worden ondervangen door daarvoor bepaalde voorzieningen te treffen binnen de transactiestructuur zelf.
Ten eerste kunnen in transacties waarin een reserve fund aanwezig is de gelden in dit fonds meestal ook worden aangewend voor de overbrugging van tijdelijke liquiditeitstekorten.1 Ten tweede kan door overcollateralisation van het SPV meer liquiditeit in de transactie worden gebracht.2 Hetzelfde kan worden bereikt in een senior/ subordinated structuur.3 De achterstelling van de junior-effecten zorgt ervoor dat er in geval van liquiditeitstekorten voor de senior-effecten voldoende gelden beschikbaar zijn voor de tijdige betaling van hoofdsom en/of rente. De investeerders in de junior-effecten dragen dan (gedeeltelijk) het risico van betalingsvertragingen. De mate van liquidity support die door een achterstellingsstructuur wordt geboden, hangt af van het nominale bedrag van de achtergestelde effectenklasse(n) en de precieze reikwijdte van de achterstellingsclausules.
375. Gebruik van hoofdsom voor rentebetalingen. Het is mogelijk dat de transactie, als alternatief voor een liquidity facility, er in voorziet dat op de vorderingenportefeuille ontvangen hoofdsom, binnen zekere grenzen, kan worden aangewend voor rentebetalingen op de ABS.4 In dat geval wordt een tekort aan rente-ontvangsten aangezuiverd met hoofdsom. De hoofdsom die daarvoor wordt gebruikt, kan dus niet worden aangewend voor de aflossing van de ABS.5
376. Renteswap. Wat betreft de rentebetalingen op de ABS zou het risico van betalingsvertragingen ook kunnen worden ondervangen met behulp van een renteswap.6 Op grond van de swap is het SPV gehouden de swapwederpartij periodiek (bv. kwartaallijks) een bedrag te betalen, dat is gerelateerd aan o.a. de rentevergoedingen die op de geëffectiseerde vorderingen worden ontvangen. De swapwederpartij is zijnerzijds gehouden het SPV periodiek een bedrag te betalen dat is gerelateerd aan de rente die op de ABS moet worden betaald. Partijen zouden kunnen overeenkomen dat het SPV enkel gehouden is een bedrag te betalen gelijk aan de werkelijk van schuldenaren ontvangen rentebetalingen (i.p.v. de door hen verschuldigde rente), zonder dat dit tot een aanpassing leidt van de betalingsverplichting van de swapwederpartij. De swap stelt het SPV aldus in staat de rente op de ABS te voldoen, ondanks het feit dat de van schuldenaren ontvangen rentebetalingen daarvoor ontoereikend zijn. In de huidige praktijk is het echter niet gebruikelijk om renteswaps ook als methode van liquidity support aan te wenden.7
377. Pay-through securitisation: ‘terms of redemption’. Wat betreft de betaling van hoofdsom kan in een ‘pay-through’ securitisation8 bij het redigeren van de aflossingsvoorwaarden van de ABS (de ‘terms of redemption’) met het risico van betalingsvertragingen rekening worden gehouden. De ‘terms of redemption’ kunnen bepalen dat het SPV enkel gehouden is tot aflossing van hoofdsom voor zover daarvoor voldoende hoofdsombetalingen op de geëffectiseerde vorderingen zijn ontvangen.9 Het risico van betalingsvertragingen wordt dan gedragen door de investeerders in de ABS.10
Voorts kan met betalingsvertragingen rekening worden gehouden bij het vaststellen van de uiterste aflossingsdatum van de ABS (de ‘maturity date’). Zo is het in geval van de uitgifte van RMBS gebruikelijk dat de contractuele looptijd van de RMBS een of twee jaar langer is dan die van de langstlopende vordering in de geëffectiseerde vorderingenportefeuille.11 Daarmee wordt het SPV enige tijd gegund om executiemaatregelen te nemen voor het geval een aantal schuldenaren insolvent blijkt te zijn.