De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/6.1.5:6.1.5 Diploma en civiel effect
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/6.1.5
6.1.5 Diploma en civiel effect
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949363:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Onderwijsraad 2006, p. 15.
Onderwijsraad 2018d, p. 10.
Artikel 18 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg en het Besluit opleidingseisen arts.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het met goed gevolg afleggen van een examen resulteert voor de leerling doorgaans in een diploma. Uit het diploma blijkt welk niveau de leerling heeft bereikt of welke kennis, inzicht en vaardigheden hij heeft opgedaan. Het diploma vertegenwoordigt daarnaast een bepaalde waarde. Deze waarde wordt ook wel het civiel effect genoemd. Uit de literatuur blijkt dat civiel effect verschillende betekenissen kan hebben. De Onderwijsraad definieert in een advies uit 2006 bijvoorbeeld civiel effect: ’’als het gebleken vertrouwen dat de samenleving, de overheid, het bedrijfsleven en vervolgopleidingen hebben in de resultaten die kandidaten op een examen hebben behaald’’. 1 In dit advies verwijst de Onderwijsraad naar de maatschappelijke waarde die wordt gehecht aan een diploma. Dit houdt in dat de maatschappij bepaalde verwachtingen heeft over en vertrouwen heeft in de kennis, inzicht en vaardigheden van een leerling met een bepaald diploma. Op het civiel effect als maatschappelijke waarde die gehecht wordt aan een diploma wordt in dit hoofdstuk niet nader ingegaan.
In een ander advies schrijft de Onderwijsraad dat het civiel effect “wil zeggen dat de leerling of student met een certificaat of diploma in aanmerking komt voor specifieke vormen van vervolgonderwijs of voor functies in de maatschappij.’’2 Het civiel effect kan derhalve een of meer rechtsgevolgen inhouden die voortvloeien uit het bezit van een bepaald diploma. In de praktijk kunnen uit het bezit van een diploma in hoofdzaak vier rechtsgevolgen voortvloeien:
De bezitter van het diploma kan doorstromen naar een andere vorm van onderwijs. Denk bijvoorbeeld aan het diploma van het voortgezet onderwijs, waarmee de afgestudeerde kan doorstromen naar een vorm van middelbaar beroeps- of hoger onderwijs.
Bepaalde diploma’s zijn aangemerkt als een startkwalificatie waarmee de student wordt vrijgesteld van de kwalificatieplicht.
De bezitter van een diploma mag een bepaalde graad of titel voeren in zijn naamsvermelding. Degene met een Master of Science mag bijvoorbeeld ‘Msc’ achter zijn naam zetten.3
De bezitter van een bepaald diploma mag een bepaald beroep uitoefenen. Zo dient degene die als ‘arts’ werkzaam wil zijn, in het bezit te zijn van een getuigschrift waaruit blijkt dat hij een opleiding heeft afgerond die aan bepaalde eisen voldoet.4
Gezien de maatschappelijke waarde van het diploma en de rechtsgevolgen die hieruit voort kunnen vloeien, is het diploma van groot belang voor de leerling en de maatschappij. Dit is vaak een reden voor de wetgever om het examen aan strikte regels te onderwerpen, die de autonomie van de leraar beperken.