Einde inhoudsopgave
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/1.10.2
1.10.2 Dominium, prior dominium, pristinum dominium
mr. J.C.T.F. Lokin, datum 01-03-2022
- Datum
01-03-2022
- Auteur
mr. J.C.T.F. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS644959:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
D. 6, 1, 23, 5 (Paulus): “Item quaecumque aliis iuncta sive adiecta accessionis loco cedunt, ea quamdiu cohaerent dominus [onderstreping, JCTF] vindicare non potest, sed ad exhibendum agere potest, ut separentur et tunc vindicentur(…).”
D. 6, 1, 23, 7 (Paulus): “Item si quis ex alienis cementis in solo suo aedificaverit, domum quidem vindicare poterit, cementa autem resoluta prior dominus [onderstreping, JCTF] vindicabit (…).”
C. 3, 32, 2, 1 (Impp. Severus et Antoninus AA Aristaeneto): “Sed et id, quod in solo tuo aedificatum est, quoad in eadem causa manet, iure ad te pertinet. Si vero fuerit dissolutum, materia eius ad pristinum dominium [onderstreping, JCTF] redit (…).” “Maar ook datgene wat op uw grond is gebouwd, behoort u rechtens toe, zolang het in dezelfde situatie blijft. Wanneer het echter is afgebroken, keert het materiaal ervan naar de vroegere eigendom terug (…).” Vgl. de tekst die we hierboven hebben gezien: D. 6, 1, 59 (Julianus) “(…) continuo in pristinam causam reverti.”
D. 41, 1, 7, 10 (Gaius): “Cum in suo loco aliquis aliena materia aedificaverit, ipse dominus [onderstreping, JCTF] intellegitur aedificii, quia omne quod inaedificatur solo cedit. Nec tamen ideo is qui materiae dominus fuit desiit eius dominus esse (…).”
Zie over dit punt ook Demelius (1872), p. 109.
De bronnen geven geen antwoord op deze vraag. Een moeilijkheid is gelegen in de onduidelijke terminologie in talloze teksten in de Codex en Digesten. Nu eens sprak Paulus over eigenaar (dominus),1 dan weer over de eerste eigenaar (prior dominus).2 Ook een Codextekst uit het jaar 222 spreekt over pristinum dominium,3 terwijl uit een tekst van Gaius blijkt dat er slechts van één eigenaar sprake is.
“Wanneer iemand op eigen grond met andermans materiaal heeft gebouwd, wordt hij geacht zelf eigenaar te zijn van het gebouw, aangezien alles wat op de grond gebouwd wordt de grond volgt. Niettemin houdt degene die eigenaar van het materiaal was daardoor nog niet op eigenaar ervan te zijn.”4
In de gebruikte woordkeuze in de bronnen (prior dominus, pristinum dominium, of juist gewoon dominus) is geen doorslaggevend argument te vinden om aan te nemen dat er sprake was van een voortdurend eigendomsrecht.5