Einde inhoudsopgave
Het beheerplan voor Natura 2000-gebieden (SteR nr. 17) 2014/9.3.2
9.3.2 Plannen
mr. drs. S.D.P. Kole, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. drs. S.D.P. Kole
- JCDI
JCDI:ADS442469:1
- Vakgebied(en)
Natuurbeschermingsrecht / Algemeen
Natuurbeschermingsrecht / Gebiedsbescherming
Natuurbeschermingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Ministerie van Verkeer en Waterstaat 2009a, p. 44.
Art. 4.1, lid 3 sub a. De gehanteerde terminologie in de Waterwet wijkt iets af van die in de Kaderrichtlijn Water. In de richtlijn wordt gesproken over stroomgebiedbeheerplannen.
Art. 4.1, lid 1 Ww jo. art. 2.3, lid 2 Wro (nationaal waterplan) en art. 4.4, lid 1 Ww jo. Art. 2.2, lid 2 Wro (regionaal waterplan).
Art. 4.8, lid 1 Ww.
Artt. 4.1-4.9 (Nationale waterplan) jo. artt. 4.10-4.13 (regionaal waterplan) van het Waterbesluit.
Art. 4.1, lid 2 jo. art. 4.4, lid 2 Ww.
Kamerstukken II 2006-2007, 30818, nr. 3, p. 35.
Havekes en Van Rijswick 2010, p. 136
Groothuijse 2009, p. 76.
Het Nationale waterplan wordt ook betrokken bij het beoordelen van vergunningaanvragen voor andere zaken. Een recent voorbeeld is de uitspraak van de Rb. Rotterdam 1 juni 2011, LJN: BQ6678, Offshore windturbinepark.
Dit volgt uit Bijlage 2, artikel 1 Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak.
Art. 19a jo. 19b Nbw 1998.
Art. 4.6, lid 1 Ww.
Art. 1.1, lid 1 Ww.
Daarnaast bevat een dergelijk plan ook gegevens met betrekking tot de functie van wateren, de voorgenomen uitvoering van het beheer en een overzicht van de benodigde financiële middelen. Zie art. 4.6, lid 2 Ww.
Artt. 4.14-4.18 Wb.
Groothuijse 2009, p. 94-95.
De Ministers van I&M en EZ zijn verplicht om in het Nationale waterplan de hoofdlijnen van het waterbeleid en de bijbehorende aspecten van het ruimtelijke nationale beleid vast te leggen. Een voorbeeld hiervan vormt de reservering van overloopgebieden.1 De stroomgebiedbeheerplannen voor de stroomgebieddistricten Rijn, Maas, Schelde en Eems zijn in het nationale waterplan opgenomen.2 Daardoor speelt het nationale waterplan een belangrijke rol bij de implementatie van de Krw in de Nederlandse rechtsorde. Er bestaan ook regionale waterplannen. In deze plannen leggen Provinciale Staten de hoofdlijnen van het provinciale waterbeleid en het bijbehorende ruimtelijke beleid vast. Het is toegestaan om voor het provinciale waterbeleid meerdere regionale waterplannen vast te stellen. De ruimtelijke aspecten in het nationale en het regionale waterplan vormen een structuurvisie in de zin van de Wro.3 Het nationale en het regionale waterplan moeten één keer in de zes jaar worden herzien. Tussentijdse herziening is ook mogelijk.4 De Ww bevat weinig regels voor de voorbereiding, de vorm en de inhoud van waterplannen. Deze regels zijn hoofdzakelijk vastgelegd in het Waterbesluit (hierna: Wb).5
De doelstelling en de inhoud van de regionale waterplannen stemt grotendeels overeen met het nationale waterplan.6 De Ww bevat geen verplichting om bij vaststelling van een regionaal waterplan het nationale waterplan in acht te nemen of rekening te houden met de inhoud van dat plan. Desondanks gaat de wetgever er vanuit dat decentrale overheden bij het vaststellen van een regionaal waterplan ‘zich gebonden voelen’ aan de inhoud van het nationale waterplan.7 Het nationale en het regionale waterplan bevat een omschrijving van het beleid voor een bepaalde planperiode.8 Beide plannen zijn niet bindend voor particulieren, en hebben een beleidsmatig karakter. Dat betekent niet dat aan het nationale en het regionale waterplan in het geheel geen juridische binding toekomt. De bestuursorganen die de regionale waterplannen vaststellen of watervergunningen verlenen zijn vanwege het motiverings- en vertrouwensbeginsel binnen zekere grenzen gebonden aan de inhoud van waterplannen.9 Een voorbeeld hiervan vormt de situatie waarin een waterplan fungeert als toetsingskader voor het beoordelen van een aanvraag voor een watervergunning.10 Het nationale waterplan en de regionale waterplannen zijn niet appellabel bij de bestuursrechter.11 De Ww kent net als de Nbw 1998 ook een beheerplan.12 Om verwarring te voorkomen wordt in het kader van dit onderzoek consequent de term waterbeheerplan gebruikt. In tegenstelling tot het nationale en het regionale waterplan is het waterbeheerplan operationeel van karakter. De verplichting om een waterbeheerplan vast te stellen berust bij de beheerder van het betrokken watersysteem.13 Daaronder wordt verstaan: het bevoegde bestuursorgaan van het overheidslichaam dat is belast met het beheer van een watersysteem.14 In de praktijk zijn de besturen van waterschappen (lokale en regionale wateren) of de Minister van I&M (rijkswateren) verantwoordelijk voor het vaststellen van waterbeheerplannen. Bij de vaststelling van dergelijke plannen moet rekening worden gehouden met de inhoud van het regionale waterplan. Een waterbeheerplan bevat de benodigde maatregelen en voorzieningen om de doelstellingen van het regionale waterplan te realiseren en moet ten minste één keer in de zes jaar worden herzien.15 In het Wb zijn (nadere) regels met betrekking tot de voorbereiding, de vorm en de inhoud van een waterbeheerplan opgenomen.16 Het waterbeheerplan is bedoeld als een uitvoeringsprogramma voor het beheer van watersystemen en heeft om die reden geen directe rechtsgevolgen voor particulieren. Het waterbeheerplan kan wel beleidsregels bevatten voor het beoordelen van een aanvraag voor een watervergunning.17