Administratieplicht en aansprakelijkheid voor het boedeltekort
Einde inhoudsopgave
Administratieplicht en aansprakelijkheid voor het boedeltekort (O&R nr. 115) 2019/6.3.5:6.3.5 Eigen standpunt
Administratieplicht en aansprakelijkheid voor het boedeltekort (O&R nr. 115) 2019/6.3.5
6.3.5 Eigen standpunt
Documentgegevens:
mr. drs. C.M. Harmsen , datum 01-07-2019
- Datum
01-07-2019
- Auteur
mr. drs. C.M. Harmsen
- JCDI
JCDI:ADS180328:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Over de gevolgen van de surseance van betaling op de civielrechtelijke administratieplicht bestaat maar weinig literatuur. De Faillissementswet, noch Boek 2 BW en Boek 3 BW bevat een bepaling waaruit volgt wat de eventuele invloed is. Gezien het karakter van de surseance van betaling ligt het voor de hand te concluderen dat de sursiet gedurende de surseance van betaling gehouden blijft aan de administratieplicht van artikel 2:10 BW en/of artikel 3:15i BW te voldoen.
De Faillissementswet bevat slechts zeer beperkte verplichtingen voor de bewindvoerder met betrekking tot het afleggen van rekening en verantwoording. Ik ben van mening dat het goed zou zijn om in Titel II van de Faillissementswet een artikel op te nemen ter zake van de administratieverplichting voor de bewindvoerder, waaruit volgt dat voor hem artikel 3:15i BW niet van toepassing is, dat artikel 2:10 BW en/of artikel 3:15i BW voor de sursiet blijft gelden en dat de bewindvoerder afzonderlijk rekening en verantwoording aflegt over de door hem bestede uren aan de rechter-commissaris.