Afscheiding van bestanddelen
Einde inhoudsopgave
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/5.4.5:5.4.5 Continuïteit in een circulaire economie
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/5.4.5
5.4.5 Continuïteit in een circulaire economie
Documentgegevens:
mr. J.C.T.F. Lokin, datum 01-03-2022
- Datum
01-03-2022
- Auteur
mr. J.C.T.F. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS644778:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Afscheiding is opnieuw actueel geworden in de “circulaire economie”. Daarin wint het “gebruik” aan belang ten koste van de “eigendom”. Deze verschuiving in het handelsverkeer raakt ook het zakenrecht. De vraag is of het huidige zakenrecht de transformatie naar een circulaire economie ondersteunt of juist afremt. Met name het leerstuk van de natrekking en dat van de afscheiding zijn onder het vergrootglas komen te liggen, vooral in het kader van circulair bouwen. In de circulaire bouw neemt de vraag naar het huren van onderdelen van gebouwen toe, zeker nu die onderdelen op technisch eenvoudige manier aan een gebouw kunnen worden bevestigd en afgescheiden. Een probleem van verhuur van deze (modulair geproduceerde) zaken is dat dikwijls na de montage natrekking plaatsvindt, waardoor de leverancier/producent (verhuurder) zijn eigendomsrecht verliest. Diverse oplossingen zijn in de literatuur aangedragen om de zakenrechtelijke positie van de leverancier/producent veilig te stellen, nadat zijn zaak met een andere zaak is verbonden. De meeste oplossingen hebben als nadeel dat ze een wetswijziging behoeven of kostbaar zijn. Soms staat de oplossing ter discussie, bijvoorbeeld in het geval van een opstalrecht. Het is de vraag of dat recht van toepassing kan zijn op bestanddelen van een onroerende zaak. De oplossing in de literatuur die nog het meest overtuigt, is de erfpachtconstructie, waarbij ten behoeve van de leverancier/producent (verhuurder) een recht van erfpacht wordt gevestigd op de zaak van de huurder. Op grond van zijn erfpacht verkrijgt de producent een ius tollendi, waarmee hij de door hem verhuurde zaak mag afscheiden. Na de afscheiding herkrijgt hij via het “recht van verwerving” opnieuw de eigendom.
Een nadeel van de erfpachtconstructie is dat zij duur is doordat men overdrachtsbelasting moet betalen en een notaris moet inschakelen. Vestiging van een erfpacht kan alleen met behulp van een notaris, hetgeen extra kosten met zich brengt. Daarenboven komen belastingkosten voor de vestiging, die evenmin gering zijn. De erfpachtconstructie loont dus pas als de kosten van de vestiging van het erfpachtrecht opwegen tegen de zekerheid die de producent daarvoor in de plaats krijgt. Tenslotte is het moeilijk om de erfpachtconstructie weer teniet te doen indien de leverantie van de producent niet voldoet.