Rechtsgevolgen van stille cessie
Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/10.5.4.2:10.5.4.2 Verrekening
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/10.5.4.2
10.5.4.2 Verrekening
Documentgegevens:
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS588337:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Anders: Asser/Mijnssen & De Haan 3-12006, nr. 288a.
Zie Biemans 2006, par. 8. Vgl. Kamerstukken II 2003-2004, 28 878, nr. 5, p. 11-12; Faber 2005, nr. 40, 136, 239, 258, nt. 78, en 408-410; en Rongen & Verhagen 2003, p. 690-692; T&C Vermogensrecht 2009 (E.B. Rank-Berenschot), art. 3:94, aant. 5(f).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
614. Tussen het moment van stille cessie en het moment van mededeling kan de schuldenaar een tegenvordering jegens de stille cedent met de stil gecedeerde vordering verrekenen op grond van art. 6:127 jo 3:94lid 3 BW. Zijn bevoegdheid tot verrekening behoeft niet gegrond te worden op een overeenkomstige toepassing van art. 6:130 lid 2 BW.1 Art. 3:94 lid 3 tweede zin BW repareert niet alleen onbevoegdheid van de cedent om betalingen in on tv angst te nemen, maar ook het gebrek aan wederkerig schuldeiserschap. De schuldenaar kan zijn verrekeningsverklaring richten aan de stille cedent.
Nadat mededeling is gedaan, kan de schuldenaar niet meer verrekenen op grond van art. 6:127 BW. Het gebrek aan wederkerig schuldeiserschap kan aan hem vanaf het moment van mededeling worden tegengeworpen. Na mededeling kan de schuldenaar alleen binnen de grenzen van art. 6:127 jo 6:130 lid 1 BW een tegenvordering jegens de cedent met de gecedeerde vordering verrekenen. Hij dient vanaf dat moment ook zijn verrekeningsverklaring uit te brengen aan de cessionaris in plaats van de cedent. De schuldenaar verrekent op grond van art. 6:127 jo 6:130 lid 1 jo 3:94 lid 3 BW. Voor de toepassing van art. 6:130 lid 1 BW is niet het moment van overgang, maar het moment van mededeling beslissend. Bij een stille cessie is de schuldenaar bevoegd om ondanks de mededeling van de stille cessie ook een tegenvordering op de cedent in verrekening te brengen, mits deze tegenvordering uit dezelfde rechtsverhouding als de stil gecedeerde vordering voortvloeit of reeds vóór de mededeling aan hem is opgekomen en opeisbaar is geworden.2
De rechtspositie van de schuldenaar bij een stille cessie is beter dan die van de schuldenaar in het geval dat een vordering is overgegaan anders dan door stille cessie en de nieuwe schuldeiser aan de oude schuldeiser een privatieve last tot inning heeft verleend. Hoewel de oude schuldeiser in dit geval (ook) bevoegd blijft om betalingen in ontvangst te nemen, kan de schuldenaar een tegenvordering op de oude schuldeiser met de overgedragen vordering niet meer verrekenen op grond van art. 6:127 BW vanwege een gebrek aan wederkerig schuldeiserschap. Na de overgang kan hij alleen verrekenen binnen de grenzen van art. 6:130 lid 1 BW. De schuldenaar zou zijn verrekeningverklaring dienen te richten aan de oude schuldeiser, als privatief inningsbevoegde lasthebber. In dit opzicht bestaat geen verschil met de stille cessie.
Na de stille cessie is de schuldenaar in beginsel bevoegd om een tegenvordering op de stille cessionaris te verrekenen met de stil gecedeerde vordering. Aan het vereiste van wederkerig schuldeiserschap is vanaf het moment van stille cessie voldaan. De stille cessie verschilt hierin niet van andere vormen van overgang. Om te kunnen verrekenen, dient de schuldenaar evenwel bevrijdend te kunnen betalen aan de stille cessionaris. Is sprake van een privatieve last, dan bestaat deze mogelijkheid niet en is verrekening behoudens de tweede zin van art. 7:423 lid 1 BW uitgesloten.