Generale zekerheidsrechten in rechtshistorisch perspectief
Einde inhoudsopgave
Generale zekerheidsrechten in rechtshistorisch perspectief (O&R nr. 86) 2015/10.4.4.2:10.4.4.2 Het registerpandrecht
Generale zekerheidsrechten in rechtshistorisch perspectief (O&R nr. 86) 2015/10.4.4.2
10.4.4.2 Het registerpandrecht
Documentgegevens:
mr. V.J.M. van Hoof, datum 01-06-2015
- Datum
01-06-2015
- Auteur
mr. V.J.M. van Hoof
- JCDI
JCDI:ADS415988:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Rechtsgeschiedenis
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vriesendorp & Barendrecht 1993, p. 40. Overigens heeft de latere schuldeiser dan alsnog geen zekerheid, omdat de partij schoenen waar Vriesendorp het in zijn oratie over had,mogelijk onder eigendomsvoorbehoud is geleverd en de schuldeiser dus alsnog geen pandrecht kan vestigen.
Beekhoven van den Boezem & Goosmann 2010a, p. 751; Beekhoven van den Boezem & Goosmann 2010b, p. 46 e.v.
Hamwijk 2014, p. 108.
Zie: §10.4.4.4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De registerpandrechten van het UCC en DCFR beschermen primair de eerste zekerheidsgerechtigde en niet de latere schuldeisers die zekerheid willen. De prioriteitsregel is het uitgangspunt.1 De latere schuldeisers worden geacht het eerder geregistreerde zekerheidsrecht te kennen en worden hier niet tegen beschermd.2 Latere schuldeisers die goederenrechtelijke zekerheid willen, moeten inlichtingen inwinnen bij hun beoogde wederpartij of de zekerheidsgerechtigde over de ingeschreven zekerheidsrechten. Vriesendorp verwacht dat een latere schuldeiser te horen kan krijgen dat bepaalde zaken niet onder de generale inschrijving vallen en de schuldeiser daar nog een eersterangs pandrecht op kan krijgen.3 Dit lijkt mij onwaarschijnlijk. Wanneer de wet geen specialiteit voorschrijft, hebben schuldeisers vaak een generaal zekerheidsrecht. Het registerpandrecht voorkomt met andere woorden niet oververzekering.
Het enige voordeel van het registerpandrecht voor latere schuldeisers is dat zij kunnen vaststellen of de schuldenaar reeds eerder een pandrecht heeft gevestigd. Naar huidig recht kan een latere schuldeiser met een stil pandrecht niet vaststellen of er een hoger gerangschikt stil pandrecht is, maar hij wordt niet tegen een ouder pandrecht beschermd. Hij kan weliswaar zijn schuldenaar om informatie vragen, maar blijft afhankelijk van zijn vertrouwen in de schuldenaar. Deze schuldeiser is dus beter af met een registerpandrecht dan met een stil pandrecht. Beekhoven van den Boezem en Goosmann relativeren echter het gebrek aan inzicht in de reeds eerder gevestigde zekerheidsrechten.4 Volgens hen beschikken banken wel over actuele en betrouwbare informatie, omdat zij van de schuldenaar verlangen dat diens accountant deze informatie verschaft. Hamwijk stelt vast dat banken zelden geconfronteerd worden met een eerder gevestigd stil pandrecht.5 Het voordeel van het register boven het huidige systeem is dus betrekkelijk.
Daarnaast is een latere schuldeiser nagenoeg alleen gebaat bij de openbaarheid van pandrechten als er nog geen registerpandrecht is ingeschreven. Indien er namelijk een ouder registerpandrecht is gevestigd, is de kans klein dat er nog goederen zijn die onbezwaard zijn. Er bestaat namelijk voor schuldeisers geen enkele prikkel om niet een generaal zekerheidsrecht na te streven. Indien een latere schuldeiser dus om informatie vraagt bij de eerdere schuldeiser, zal deze verklaren dat alle goederen bezwaard zijn. Onderling kunnen zij dan een rangwisseling overeenkomen.6